Mapping the positions of Two-Level-Systems on the surface of a superconducting transmon qubit

De auteurs presenteren een methode om individuele twee-niveau-systemen op het oppervlak van een transmon-qubit te lokaliseren door gebruik te maken van lokale DC-velden via on-chip gate-elektroden, waarbij bleek dat de meeste detecteerbare defecten zich bevinden op de Josephson-junctie-lead in plaats van op de grotere condensator.

Jürgen Lisenfeld, Alexander K. Händel, Etienne Daum, Benedikt Berlitz, Alexander Bilmes, Alexey V. Ustinov

Gepubliceerd 2026-03-04
📖 4 min leestijd🧠 Diepgaand

Each language version is independently generated for its own context, not a direct translation.

Stel je voor dat je een supergeavanceerde, kwantum-computer bouwt. Deze computer is zo gevoelig dat hij zelfs op de kleinste trillingen reageert. Het probleem is dat er in de materialen waar deze computer van gemaakt is, kleine "spookjes" rondzweren. Deze spookjes heten Two-Level-Systems (TLS). Ze zijn als kleine, onzichtbare deeltjes die heen en weer springen tussen twee plekken, en ze stelen de energie van je computer, waardoor hij fouten maakt en zijn geheugen verliest.

De wetenschappers in dit artikel hebben een manier bedacht om deze spookjes niet alleen te vinden, maar ook hun exacte locatie op het oppervlak van de computerchip te tekenen.

Hier is hoe ze dat deden, vertaald naar alledaagse taal:

1. De Chip als een Huis met Luidsprekers

Stel je de supergeleidende chip voor als een klein huis. Rondom dit huis hebben de onderzoekers vier speciale "luidsprekers" (deze noemen ze gate-electrodes) geplaatst. Deze luidsprekers kunnen geen geluid maken, maar ze kunnen wel een onzichtbaar elektrisch veld uitstralen, net als een magnetisch veld dat je niet kunt zien maar wel kunt voelen.

2. Het Spookje is een Radio

Elk van die vervelende spookjes (TLS) is als een oude radio die op een heel specifiek station staat afgestemd. Als de radio op dat station staat, begint hij te "zingen" en steelt hij energie van de computer.
Het slimme aan deze spookjes is dat je hun "zang" (hun frequentie) kunt veranderen door ze een duwtje te geven met het elektrische veld van de luidsprekers.

3. De Speurtocht: Triangulatie

De onderzoekers deden het volgende:

  • Ze zetten één luidspreker aan en keken of een spookje reageerde.
  • Dan zetten ze een andere luidspreker aan.
  • Ze merkten op: "Oh, dit spookje reageert heel sterk op luidspreker A, maar bijna niet op luidspreker B."

Dit is precies hetzelfde als triangulatie bij het zoeken naar een verloren hond. Als de hond heel hard blaft naar de buren links, maar zachtjes naar de buren rechts, weet je dat hij dicht bij de linkerburen moet zitten.

Door te kijken hoe sterk elk spookje reageerde op de vier verschillende luidsprekers, konden de onderzoekers een kaart maken van waar elk spookje zat.

4. De Grote Verrassing: Waar zitten ze eigenlijk?

Je zou denken dat de spookjes overal verspreid zitten, omdat de chip een groot oppervlak heeft. Maar de kaart toonde een verrassend patroon:

  • De meeste spookjes (bijna 60%) zaten niet op het grote, vlakke oppervlak van de chip.
  • Ze zaten dicht bij de "draden" van de Josephson-koppelingen (deze zijn als de hartslag van de computer).

Waarom?
De onderzoekers denken dat dit komt door hoe de chip gemaakt is. De grote vlakke delen zijn gemaakt met een snijmethode (zoals een schaar), maar de kleine draden zijn gemaakt met een techniek waarbij ze metaal "opstomen" (zoals een spuitbus) en dan een masker verwijderen. Bij dat laatste proces blijven er vaak kleine restjes en ruwe plekken achter. Het is alsof je een vloer hebt die perfect glad is, maar waar je een paar planken hebt gelegd met een lijm die niet helemaal droog is. Die ruwe plekken zijn de favoriete plekken voor de spookjes om zich te verstoppen.

5. Waarom is dit belangrijk?

Vroeger was het zoeken naar deze spookjes als zoeken naar een naald in een hooiberg. Je wist niet waar ze zaten, dus je kon ze niet weghalen.
Met deze nieuwe "kaart" kunnen de ingenieurs nu precies zien: "Ah, hier zit het probleem!"

Ze kunnen nu de chip zo ontwerpen dat ze die ruwe plekken vermijden of de draden anders vormen, zodat de spookjes minder kans krijgen om de computer te verstoren. Dit is een enorme stap voorwaarts om grotere, betrouwbaardere kwantumcomputers te bouwen.

Kortom: Ze hebben een GPS-systeem bedacht voor onzichtbare quantum-spookjes, en hebben ontdekt dat ze zich vooral verstoppen op de plekken waar de fabriek wat rommelig was. Nu weten ze waar ze moeten schoonmaken om de computer sneller en slimmer te maken.