Vividness of mental imagery reflects a broad range of internally generated visual experiences

De studie toont aan dat de subjectieve levendigheid van mentale beelden een robuuste maatstaf is voor een breed scala aan intern gegenereerde visuele ervaringen en pleit voor een herdefinitie van visuele aphantasie om onderscheid te maken tussen mensen met vage beelden en die zonder enige beeldvorming.

Oorspronkelijke auteurs: Schwarzkopf, D. S., Yu, X. A., Altan, E., Bouyer, L., Saurels, B. W., Pellicano, E., Arnold, D. H.

Gepubliceerd 2026-03-17
📖 5 min leestijd🧠 Diepgaand
⚕️

Dit is een AI-gegenereerde uitleg van een preprint die niet peer-reviewed is. Dit is geen medisch advies. Neem geen gezondheidsbeslissingen op basis van deze inhoud. Lees de volledige disclaimer

Each language version is independently generated for its own context, not a direct translation.

De film in je hoofd: Waarom iedereen anders "ziet"

Stel je voor dat je ogen dichtdoet en je vraagt: "Wat zie je?"

Voor de één is het antwoord: "Ik zie een heldere, kleurrijke film van een strand." Voor de ander is het: "Ik zie een vaag, wazig beeld." En voor weer een ander is het: "Ik zie helemaal niets. Ik weet alleen dat er een strand is, maar ik 'zie' het niet."

Dit is het onderwerp van dit wetenschappelijke onderzoek. De auteurs hebben gekeken naar hoe mensen denken en of ze echt 'zien' wat ze in hun hoofd voorstellen. Ze ontdekten dat we tot nu toe de verkeerde vragen stelden en dat we mensen in te strakke hokjes duwen.

Hier is de uitleg, vertaald naar alledaags taalgebruik:

1. Het probleem met de "Vividness"-vragen

Vroeger vroegen onderzoekers mensen: "Hoe levendig is je beeld?" (in het Engels: vividness).
Dit is als vragen: "Hoe groot is je geluid?" zonder dat er een geluid is. Iedereen heeft een eigen idee van wat "levendig" betekent.

  • De "Projector": Deze mensen zien hun gedachten als een film die op een projectiescherm voor hun ogen wordt afgespeeld. Zelfs met gesloten ogen zien ze het beeld. Voor hen is "levendig" = "helder en scherp".
  • De "Inlander" (of "Insider"): Deze mensen hebben een beeld in hun hoofd, maar het zit in hun hoofd, niet voor hun ogen. Ze "zien" het niet met hun fysieke ogen, maar het voelt wel visueel aan. Voor hen kan "levendig" betekenen: "Ik kan alle details van het beeld beschrijven, zelfs als ik het niet 'zie'."

Het probleem? Als je iemand vraagt "Hoe levendig is je beeld?", kan de "Inlander" denken: "Ik zie het niet, dus ik moet een laag cijfer geven." Terwijl ze eigenlijk heel duidelijke beelden hebben, alleen maar niet op het manier waarop de "Projector" dat doet.

2. De nieuwe manier van kijken: De "Appel-test"

De onderzoekers deden een slimme proef. Ze vroegen mensen niet alleen naar "levendigheid", maar stelden een simpele vraag: "Stel je een appel voor. Hoe zie je die?"

Ze gaven mensen vier opties (als cartoons):

  1. De Projector: De appel zweeft voor je neus (als een hologram).
  2. De Inlander: De appel zit in je hoofd (als een foto in een album).
  3. De "Buitenstaander" (Off-screener): De appel zit in een denkbelletje, ergens in de verte.
  4. De Verteller: Je hebt geen beeld, je weet alleen feiten over de appel (bijv. "rood, rond, fruit").

Wat vonden ze?
Het bleek dat je niet alleen kunt kijken naar hoe "helder" iemand het beeld ziet. Je moet ook kijken waar het beeld zit.

  • Sommige mensen die zeggen dat ze een heel helder beeld hebben (hoge "levendigheid"), zeggen dat ze het niet met hun ogen zien.
  • Anderen die zeggen dat ze een vaag beeld hebben, zeggen dat ze het wel voor hun ogen zien.

Het is alsof je vraagt: "Hoe goed is je auto?" en je vergelijkt een Ferrari (die je niet kunt besturen) met een oude fiets (die je wel kunt besturen). Ze zijn beide voertuigen, maar ze voelen totaal anders aan.

3. De ontdekking: "Aphantasia" is niet zwart-wit

Er is een term voor mensen die geen beelden kunnen zien: Aphantasia. Vaak wordt gedacht dat dit betekent: "Ik zie helemaal niets."

Maar dit onderzoek zegt: Nee, dat is niet helemaal waar.
Er zijn twee soorten mensen die "niet zien":

  1. De mensen die echt geen beeld hebben (ze denken in woorden of feiten).
  2. De mensen die een beeld hebben, maar het niet zien (het is er wel, maar het voelt als een vaag idee of een "weten", geen "zien").

De onderzoekers zeggen dat we de definitie van aphantasia moeten aanpassen. We moeten onderscheid maken tussen mensen die een beeld hebben maar het niet "zien", en mensen die helemaal geen beeld hebben.

4. Waarom is dit belangrijk?

Stel je voor dat je een onderzoek doet naar "snelheid". Als je mensen vraagt: "Hoe snel rij je?", en je groepeert iedereen die een fiets, een auto en een vliegtuig rijdt in één groep, krijg je een rommelig resultaat.

Zo is het ook met denken. Als onderzoekers alleen kijken naar "hoe helder" iemand een beeld ziet, missen ze het feit dat mensen hun beelden op totaal verschillende manieren ervaren.

  • Sommige mensen "projecteren" hun gedachten (ze zien het voor zich).
  • Sommige mensen "intern" denken (ze voelen het in hun hoofd).

De conclusie in één zin

Iedereen heeft een eigen manier om te dromen en te fantaseren. Sommigen zien een film voor hun ogen, anderen hebben een foto in hun hoofd, en sommigen hebben alleen maar een beschrijving in hun hoofd. Er is geen "juiste" manier om te denken, en we moeten stoppen met mensen te veroordelen omdat ze niet op dezelfde manier "zien" als wij.

Kortom: Je kunt een heel helder beeld in je hoofd hebben, zelfs als je het niet met je ogen ziet. En je kunt een beeld voor je ogen zien, zelfs als het wazig is. Het gaat erom dat we leren begrijpen dat onze "mind's eye" (het oog van de geest) voor iedereen anders werkt.

Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?

Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.

Probeer Digest →