Revisiting claims of extracranial biophoton detection from the human brain

Dit artikel weerlegt de claim dat ultravage fotonemissie extracraniaal een betrouwbare niet-invasieve biomarker voor hersenactiviteit is, omdat de gemeten signalen voornamelijk door achtergrondlicht worden gedomineerd en de detectie door weefselabsorptie en beperkte PMT-sensitiviteit wordt gehinderd.

Salari, V., Seshan, V., Rishabh, R., Oblak, D., Simon, C.

Gepubliceerd 2026-03-31
📖 5 min leestijd🧠 Diepgaand
⚕️

Dit is een AI-gegenereerde uitleg van een preprint die niet peer-reviewed is. Dit is geen medisch advies. Neem geen gezondheidsbeslissingen op basis van deze inhoud. Lees de volledige disclaimer

Each language version is independently generated for its own context, not a direct translation.

De Kernboodschap: Een Misverstand over "Gedachte-Licht"

Stel je voor dat er een nieuw fenomeen is ontdekt: mensen stralen heel zwak licht uit vanuit hun hersenen. Sommige eerdere studies beweerden dat ze dit licht konden opvangen aan de buitenkant van het hoofd en dat dit licht een soort "live stream" was van wat er in je hoofd gebeurt (bijvoorbeeld of je aan het rekenen bent of droomt).

De auteurs van dit nieuwe artikel, onderzoekers van de Universiteit van Calgary, zeggen echter: "Wacht even, dat klopt niet."

Ze tonen aan dat de eerdere metingen waarschijnlijk niet het licht van de hersenen waren, maar gewoon een beetje licht dat van buitenaf binnenkwam. Het is alsof je denkt dat je de stem van iemand in een andere kamer hoort, maar het is eigenlijk gewoon het geluid van de koelkast in je eigen kamer.

Hier zijn de drie belangrijkste redenen waarom de eerdere claims fout zijn, uitgelegd met analogieën:

1. Het "Donkere Kelder"-Probleem (Achtergrondlicht)

De situatie: De eerdere onderzoekers beweerden dat ze duizenden lichtdeeltjes (fotonen) per seconde zagen vanuit het hoofd.
Het probleem: Het menselijk lichaam straalt van nature heel, heel weinig licht uit. Het is alsof je probeert een kaarsvlam te zien in een volledig verduisterde ruimte. Als er ook maar een heel klein gaatje in de gordijnen zit, is dat flitsje van de kaars niet meer te zien.

  • De Analogie: Stel je voor dat je probeert een muisje te horen dat in een stil bos zit. Als er ook maar een klein windje waait of een vogel zingt (achtergrondruis), hoor je het muisje niet meer.
  • Wat de onderzoekers deden: Ze bouwden een tent die helemaal lichtdicht was. Ze ontdekten dat als ze een spleet van slechts 5 millimeter (kleiner dan een vinger) openlieten, de meetapparatuur ineens duizenden lichtdeeltjes registreerde.
  • De conclusie: De eerdere metingen waren waarschijnlijk gewoon "verkeerde lichtjes" die via kleine kiertjes binnenkwamen, niet het echte licht van de hersenen. De signalen die ze zagen, waren vaak zelfs zwakker dan de achtergrondruis, wat betekent dat ze waarschijnlijk het hoofd zagen dat licht blokkeerde, niet licht uitstraalde.

2. De "Betonnen Muur" (Huid en Schedel)

De situatie: Zelfs als het licht echt van de hersenen zou komen, moet het door je huid en je schedelbot om eruit te komen.
Het probleem: Hersenen produceren licht dat voornamelijk blauw en groen is (kortere golflengten). Maar huid en bot zijn als een dikke muur voor dit soort licht.

  • De Analogie: Stel je voor dat je probeert een raket (het licht van de hersenen) door een muur van beton (je schedel) te schieten. De raket is te zwak en de muur te dik. De raket komt er niet doorheen. Alleen heel specifieke, langzamere raketten (rood of infrarood licht) kunnen de muur misschien net doorkruisen, maar die worden door de hersenen nauwelijks geproduceerd.
  • De feiten: Onderzoek toont aan dat licht met een korte golflengte (blauw/groen) bijna 100% wordt tegengehouden door je schedel. Het licht dat wel door kan, is rood/infrarood, maar dat is heel zwak.

3. De "Verkeerde Bril" (De Meetapparatuur)

De situatie: De eerdere onderzoekers gebruikten speciale sensoren (PMT's) om het licht te meten.
Het probleem: Deze sensoren zijn ontworpen om heel goed te zien in het blauwe en groene spectrum. Maar zoals we net zagen, kan dat blauwe/groene licht niet door je schedel komen!

  • De Analogie: Het is alsof je een bril draagt die alleen blauwe kleuren heel scherp ziet, en je probeert door een dik raam te kijken naar iets dat alleen rood is. Je ziet niets, omdat je bril niet op rood is ingesteld, terwijl het enige licht dat door het raam komt, juist rood is.
  • De conclusie: De sensoren waren perfect afgesteld op het licht dat niet door de schedel kan komen, en slecht afgesteld op het licht dat wel door de schedel kan komen.

Wat betekent dit voor de toekomst?

De auteurs zeggen niet dat het idee om hersenactiviteit te meten via licht (biophotonen) onmogelijk is. Ze zeggen alleen dat de huidige methoden te slordig zijn.

Om dit echt te laten werken, moeten we:

  1. Een perfecte donkere kamer hebben (geen enkel piepklein gaatje voor licht).
  2. Nieuwe sensoren gebruiken die gevoelig zijn voor het rood/infrarood licht dat wel door de schedel komt.

Samenvattend:
De claim dat we nu al "gedachte-licht" van buitenaf kunnen meten, is waarschijnlijk een illusie veroorzaakt door een beetje leklicht en de verkeerde meetapparatuur. Het is als proberen een fluisterend gesprek te horen in een drukke fabriek met een slechte microfoon. Als we de fabriek stilleggen (geen leklicht) en een betere microfoon gebruiken (andere sensoren), kunnen we misschien ooit wel echt naar de hersenen luisteren. Maar tot die tijd is de huidige "bewijsvoering" niet betrouwbaar.

Ontvang papers zoals deze in je inbox

Gepersonaliseerde dagelijkse of wekelijkse digests op basis van jouw interesses. Gists of technische samenvattingen, in jouw taal.

Probeer Digest →