The spanning method and the Lehmer totient problem

In dit artikel wordt de 'spanning'-methode voor gehele getallen geïntroduceerd en toegepast op het Lehmer-totientprobleem om een ondergrens af te leiden voor het aantal oplossingen van de vergelijking tφ(n)+1=nt\varphi(n)+1=n.

Theophilus Agama

Gepubliceerd 2026-03-12
📖 4 min leestijd🧠 Diepgaand

Each language version is independently generated for its own context, not a direct translation.

Stel je voor dat wiskunde een enorme bibliotheek is, gevuld met boeken over getallen. In deze bibliotheek staat er al bijna 100 jaar een raadsel op een plank dat niemand kan oplossen. Dit raadsel heet het Lehmer-probleem.

Het gaat over een speciale functie in de wiskunde genaamd de Euler-totientfunctie (laten we die ϕ\phi noemen). Deze functie telt voor elk getal hoeveel andere getallen er "vriendelijk" mee zijn (dat wil zeggen: ze delen geen gemeenschappelijke factoren).

Het Raadsel:
Stel je voor dat je een getal nn hebt. Als je de "vriendelijkheid" van dit getal (ϕ(n)\phi(n)) neemt, en je telt er 1 bij op, krijg je dan precies het getal nn zelf? Of anders gezegd: Deelt de "vriendelijkheid" van een getal nn altijd het getal n1n-1?

  • Voor priemgetallen (zoals 2, 3, 5, 7) werkt dit altijd.
  • Maar de wiskundige Lehmer vroeg zich in 1932 af: Bestaat er een samengesteld getal (een getal dat uit meerdere factoren bestaat, zoals 6 of 15) waarvoor dit ook geldt?

Tot nu toe heeft niemand zo'n getal gevonden, maar niemand heeft ook kunnen bewijzen dat het niet bestaat. Het is als zoeken naar een speld in een hooiberg, maar je weet niet eens of de speld er is.

De Oplossing: De "Spanning"-methode

In dit nieuwe artikel introduceert de auteur, Theophilus Agama, een slimme nieuwe manier om naar dit probleem te kijken. Hij noemt het de "Spanning-methode" (of "het uitrekken").

Hier is hoe hij het doet, vertaald naar alledaagse taal:

1. Het probleem met de "stijve" getallen
De oude manier om naar dit probleem te kijken was alsof je probeerde een touw te meten dat bestaat uit losse, stijve blokken. Je kunt er niet zachtjes overheen glijden; je kunt alleen op de blokken zelf staan. Wiskundig gezien is de functie ϕ\phi alleen gedefinieerd voor hele getallen (1, 2, 3...). Dat maakt het heel moeilijk om geavanceerde rekenmethoden (zoals integreren) te gebruiken, die werken met vloeiende lijnen.

2. De creatieve truc: Het "Vloeibare" Getal
De auteur bedenkt een slimme truc. Hij maakt een nieuwe, vloeibare versie van de functie, die hij ϕ~\tilde{\phi} noemt.

  • De analogie: Stel je voor dat je een trap hebt met harde treden (de hele getallen). De oude methode kon alleen op de treden staan. De auteur giet nu een dun laagje rubber tussen de treden. Je kunt nu over de randen lopen, en de trede voelt nog steeds als een trede, maar je kunt er nu ook "zachtjes" overheen glijden.
  • Wiskundig betekent dit dat hij de functie uitbreidt naar alle reële getallen, maar zo dat hij op de hele getallen precies hetzelfde doet als het origineel. Dit maakt de functie "zacht" genoeg om de zware wiskundige hamers (integratie) te gebruiken.

3. Het Netwerk van Getallen
Vervolgens gebruikt hij deze nieuwe, zachte functie om een "net" te spannen. Hij kijkt niet meer naar één getal, maar naar een heel netwerk van getallen die voldoen aan een bepaalde formule. Hij zegt: "Laten we kijken hoeveel getallen er zijn die in dit net vallen."

Hij gebruikt een wiskundige balans (een soort weegschaal) om te bewijzen dat er veel getallen in dit net moeten zitten. Hij toont aan dat het aantal van deze getallen groter is dan wat je zou verwachten als er geen samengestelde getallen zouden zijn die aan de regel voldoen.

4. De Conclusie: De Contradictie
Hier komt het mooie deel. De auteur doet een gedachte-experiment:

  • Stel dat er geen samengesteld getal bestaat dat aan de regel voldoet.
  • Dan zou het aantal getallen in zijn "net" veel kleiner moeten zijn dan wat zijn nieuwe formule voorspelt.
  • Maar zijn formule (die gebruikmaakt van bekende feiten over priemgetallen) zegt: "Nee, er moeten er véél zijn!"
  • Omdat de voorspelling en de aanname (dat er geen zijn) niet met elkaar overeenkomen, moet de aanname fout zijn.

Het Resultaat:
De auteur concludeert dat er minstens één samengesteld getal moet bestaan waarvoor de regel geldt. Hij heeft het niet gevonden (hij zegt niet welk getal het is), maar hij heeft bewezen dat het er moet zijn.

Samenvatting in één zin

De auteur heeft een nieuwe, flexibele manier bedacht om naar oude getallen te kijken, waardoor hij kon bewijzen dat er een verborgen, samengesteld getal moet bestaan dat al bijna 100 jaar onvindbaar leek, door te laten zien dat de wiskundige "ruimte" er gewoon niet zonder kan.

Het is alsof je in een donkere kamer staat en zegt: "Ik zie de lamp niet, maar omdat de muur zo koud aanvoelt, moet de lamp er wel zijn, ook al kan ik hem niet zien."