← Nieuwste papers
💬 NLP

Using Perspectival Words Is Harder Than Vocabulary Words for Humans and Even More So for Multimodal Language Models

Dit onderzoek toont aan dat perspectiefgebonden woorden (zoals bezitsvormen en aanwijzende voornaamwoorden) zowel voor mensen als voor multimodale taalmodellen moeilijker zijn dan gewone vocabulaire, waarbij de prestatiekloof voor de modellen vooral bij deze perspectiefwoorden aanzienlijk groter is door beperkingen in perspectiefneming en ruimtelijk redeneren.

Oorspronkelijke auteurs: Dota Tianai Dong, Yifan Luo, Po-Ya Angela Wang, Asli Ozyurek, Paula Rubio-Fernandez

Gepubliceerd 2026-04-21
📖 4 min leestijd☕ Koffiepauze-leesvoer

Oorspronkelijke auteurs: Dota Tianai Dong, Yifan Luo, Po-Ya Angela Wang, Asli Ozyurek, Paula Rubio-Fernandez

Oorspronkelijk artikel gelicentieerd onder CC BY 4.0 (http://creativecommons.org/licenses/by/4.0/). Dit is een AI-gegenereerde uitleg van het onderstaande artikel. Het is niet geschreven of goedgekeurd door de auteurs. Raadpleeg het oorspronkelijke artikel voor technische nauwkeurigheid. Lees de volledige disclaimer

Titel: Waarom AI nog niet echt "in gesprek" kan: De kunst van het perspectief

Stel je voor dat je met een robot aan tafel zit. Je wijst naar een kopje en zegt: "Dit is van mij." Of je wijst naar een kopje dat ver weg staat en zegt: "Die daar is van jou." Voor ons mensen is dit kinderlijk eenvoudig. Maar voor de slimste kunstmatige intelligentie (AI) van vandaag is dit een ware nachtmerrie.

Dit onderzoek, gedaan door wetenschappers van het Max Planck Instituut, laat zien dat AI's weliswaar woorden kennen, maar de kunst van het perspectief nog niet onder de knie hebben.

Hier is de uitleg in simpele taal, met een paar creatieve vergelijkingen:

1. De drie niveaus van moeilijkheid

De onderzoekers hebben AI's en mensen getest op drie soorten zinnen, die steeds moeilijker worden:

  • Niveau 1: Woordenschat (De "Naamplaatjes")

    • Voorbeeld: "Dat is een boot."
    • De analogie: Dit is als het herkennen van fruit. Een appel is een appel, of je hem nu vasthoudt of op een foto ziet.
    • Resultaat: AI's zijn hier perfect in. Ze kennen de namen van objecten net zo goed als wij.
  • Niveau 2: Bezit (De "Mijn vs. Jouw" puzzel)

    • Voorbeeld: "Dit kopje is mijn." vs. "Dat kopje is jouw."
    • De analogie: Dit is als een dansje waarbij je constant van partner moet wisselen. Als jij spreekt, is "mijn" jou. Als de ander spreekt, is "mijn" die ander. Je moet in je hoofd kunnen schakelen: "Wie praat nu?"
    • Resultaat: AI's doen het hier al minder goed. Ze vergeten vaak wie er aan het woord is.
  • Niveau 3: Aanwijzingen (De "Deze vs. Die" uitdaging)

    • Voorbeeld: "Kijk naar deze kop." vs. "Kijk naar die kop."
    • De analogie: Dit is het moeilijkst. Het is alsof je in een donkere kamer staat en iemand vraagt: "Pak die bal." Je moet niet alleen weten wie er spreekt, maar ook precies meten: "Is de bal dichtbij mij of ver weg?" Het vereist een combinatie van sociale vaardigheid (wie praat?) en ruimtelijk inzicht (hoe ver staat het?).
    • Resultaat: Hier zakken de AI's door de vloer. Zelfs de slimste modellen maken hier veel fouten.

2. Waarom is dit zo lastig voor AI?

Mensen gebruiken deze woorden automatisch. We hebben een soort "sociale radar" die continu scant: Wie zit er tegenover mij? Wat ziet die persoon? Wat is dichtbij mij?

AI's missen deze radar. Ze zijn als een slimme bibliothecaris die nooit de wereld heeft verlaten.

  • Ze kennen de definitie van het woord "dit" (dat betekent iets dichtbij).
  • Maar ze hebben nooit gevoeld wat "dichtbij" voelt, of hoe het is om naar iemand anders te kijken en te begrijpen wat zij zien.

De onderzoekers ontdekten dat AI's vooral vertrouwen op wat er in de tekst staat, en niet zo goed kijken naar de afbeelding of de situatie. Het is alsof ze een boek lezen over een gesprek, maar niet echt in het gesprek zitten.

3. Kunnen we ze helpen?

De onderzoekers probeerden de AI's te helpen door hen instructies te geven, zoals: "Denk eerst na wie spreekt, en kijk dan naar de afstand."

  • Bij bezit (mijn/jouw): Dit hielp enorm! De AI's werden bijna net zo goed als mensen. Het was alsof je ze een handleiding gaf voor het dansje.
  • Bij aanwijzingen (deze/die): Hier hielp het niet echt. Zelfs met de handleiding konden ze de ruimte niet goed begrijpen. Het is alsof je iemand die nooit heeft gelopen een boek geeft over hardlopen; ze begrijpen de theorie, maar hun benen (hun ruimtelijk inzicht) werken nog niet mee.

Conclusie: De "menselijke" knelpunt

De grote les uit dit onderzoek is dat AI's misschien slimme woordenboeken zijn, maar nog geen echte gesprekspartners.

Om echt menselijk te communiceren, moet je niet alleen woorden kennen, maar ook begrijpen hoe de wereld eruitziet voor de ander. Dat is iets wat AI's nog moeten leren. Ze moeten leren dat taal niet alleen uit woorden bestaat, maar uit een gedeelde ervaring van ruimte, afstand en perspectief.

Kortom: AI's kunnen een boek schrijven, maar ze zitten nog niet aan tafel met jou om te praten. Ze missen nog dat laatste stukje "sociale intuïtie".

Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?

Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.

Probeer Digest →