Comment on arXiv:2604.09826: Discovery of the Solution to the "Einstein--Podolsky--Rosen Paradox"

Hoewel het artikel van Roman Schnabel een interessante interpretatie biedt over de EPR-paradox door radioactief verval te gebruiken, wordt zijn conclusie dat de paradox is opgelost verworpen omdat hij het oorspronkelijke argument onterecht versmalt en vervangt door een eenvoudiger geval van gecorreleerde willekeurige gebeurtenissen.

Mikołaj Sienicki, Krzysztof Sienicki

Gepubliceerd 2026-04-16
📖 5 min leestijd🧠 Diepgaand

Each language version is independently generated for its own context, not a direct translation.

De Kern van het Commentaar: Een "Niet-Oplossing" voor een Oud Raadsel

Stel je voor dat er een beroemd oud raadsel is in de fysica: het EPR-paradox (genoemd naar Einstein, Podolsky en Rosen). Dit raadsel gaat over de vraag of de quantumwereld "volledig" is of dat er geheime regels zijn die we nog niet kennen.

In 2026 schrijft een wetenschapper genaamd Schnabel een artikel waarin hij claimt dit raadsel eindelijk opgelost te hebben. Hij zegt: "Kijk, je kunt het resultaat van een willekeurig proces voorspellen zonder dat het proces zelf 'echt' is. Dus het paradox is opgelost!"

De auteurs van dit commentaar, Mikołaj en Krzysztof Sienicki, hebben dit artikel gelezen en zeggen: "Leuk idee, maar je hebt het raadsel niet echt opgelost. Je hebt het raadsel een beetje veranderd zodat het makkelijker op te lossen is, maar dat is niet hetzelfde."

Hier is hoe ze dat uitleggen, met een paar simpele vergelijkingen:


1. Het Verkeerde Spoor: De "Gekruiste" Puzzelstukjes

De situatie:
Schnabel denkt dat het EPR-raadsel gaat over het voorspellen van één ding op basis van een ander.
De analogie:
Stel je voor dat je twee dobbelstenen hebt die perfect op elkaar afgestemd zijn. Als de ene een 6 gooit, gooit de andere ook een 6. Schnabel zegt: "Zie je? Je kunt de 6 voorspellen, dus er is geen mysterie."

Het probleem:
De Sienicki's zeggen: "Nee, dat is te simpel." Het originele EPR-raadsel gaat niet over één paar dobbelstenen. Het gaat over een situatie waarin je kunt kiezen welke kant van de dobbelsteen je bekijkt (bijvoorbeeld: de bovenkant of de zijkant), en dat deze keuze op afstand direct invloed heeft op wat je over de andere dobbelsteen kunt zeggen.

  • Vergelijking: Schnabel lost een raadsel op waarbij je alleen mag kijken naar de bovenkant van de dobbelsteen. Maar Einstein vroeg: "Wat gebeurt er als ik kies om naar de zijkant te kijken, terwijl de andere persoon naar de bovenkant kijkt?" Schnabel heeft de puzzelstukjes verwisseld; hij lost een makkelijkere versie op, niet de echte.

2. De "Magische" Bell-test

De situatie:
Schnabel gebruikt de beroemde "Bell-test" (een experiment dat bewijst dat de quantumwereld gek is) om te zeggen dat er geen geheime regels bestaan en dat alles puur toeval is.
De analogie:
Stel je voor dat Bell een politieagent is die zegt: "Er zijn geen verborgen camera's in deze kamer, tenzij je de muren kunt doorlopen."
Schnabel zegt: "Zie je? De agent heeft gezegd dat er geen camera's zijn, dus alles is puur toeval."
Het probleem:
De Sienicki's zeggen: "Je vergeet dat de agent alleen zegt dat er geen camera's zijn als je de muren niet doorloopt." Bell's theorema bewijst alleen dat er geen "lokale geheime variabelen" zijn (geen camera's in de kamer). Het bewijst niet per se dat er geen andere, vreemdere soorten oorzaken zijn. Schnabel trekt te grote conclusies uit een beperkt bewijs.

3. Het Voorbeeld van de Radioactieve Kernen

De situatie:
Schnabel gebruikt het voorbeeld van radioactief verval (waarbij een atoom uit elkaar valt) om te bewijzen dat voorspelbaarheid en toeval naast elkaar kunnen bestaan.
De analogie:
Stel je voor dat je twee broers hebt die een briefje krijgen. Als de ene een "A" krijgt, krijgt de andere ook een "A". Schnabel zegt: "Kijk, we weten dat het toeval is wie welke brief krijgt, maar we weten het resultaat wel. Dus het is geen mysterie."
Het probleem:
De echte quantumwereld (het EPR-raadsel) is veel ingewikkelder. Het is alsof de broers niet alleen een briefje krijgen, maar dat ze ook kiezen of ze de brief in het Nederlands of in het Frans willen lezen. En als de ene broer kiest voor Nederlands, verandert dat direct wat de andere broer in het Frans ziet, zelfs als ze aan de andere kant van de wereld staan.
Schnabel's voorbeeld met de radioactieve kernen is als een simpele briefwisseling. Het mist de "magische" keuze die het echte raadsel zo lastig maakt.

Conclusie: Wat zegt dit commentaar nou eigenlijk?

De Sienicki's zijn niet boos op Schnabel. Ze vinden zijn artikel helder geschreven en interessant. Ze zeggen:

  • "Het is waar dat je soms het resultaat van een willekeurig proces kunt voorspellen."
  • "Dat is een mooi puntje om te maken."

MAAR, ze concluderen dat dit geen oplossing is voor het grote EPR-raadsel.

  • Het is alsof iemand zegt: "Ik heb de oplossing voor het probleem van de verkeerstoer!" en dan laat hij zien dat een fiets sneller is dan een auto in een file.
  • Dat is waar, maar het lost het probleem van de file niet op. Het echte probleem (de quantumverwarring) is veel complexer en vereist meer dan alleen een simpele vergelijking.

Kortom: Schnabel heeft een leuk, klein stukje van de puzzel gevonden, maar hij heeft niet de hele puzzel opgelost. Het commentaar adviseert om zijn artikel te zien als een interessante opmerking over toeval, maar niet als de definitieve "einde van het verhaal" voor de quantumfysica.

Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?

Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.

Probeer Digest →