AN UPDATED POPULATION ESTIMATE FOR NORTHERN GANNETS ACROSS THEIR NORTH-EAST ATLANTIC BREEDING RANGE FOLLOWING THE 2022 OUTBREAK OF HIGH PATHOGENICITY AVIAN INFLUENZA
Na een ernstige uitbraak van hoogpathogene aviaire influenza in 2022, toont een uitgebreide volkstelling in 2023/24 aan dat de populatie van de Noordse stormvogel in de metapopulatie van het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan met 17% is afgenomen tot 345.854 blijkbaar bezette broedplaatsen, waarbij de grootste kolonies de zwaarste verliezen hebben geleden en Schotland de meerderheid van de resterende wereldwijde populatie herbergt.
Oorspronkelijke auteurs:Quinn, L., Jeglinski, J. W. E., Auhage, S., Balmer, D., Bringsvor, I. S., Burton, E., Castenschiold, J. H., Christensen-Dalsgaard, S., Danielsen, J., Dierschke, J., Ezhov, A. V., Gudmundsson, G. A., HQuinn, L., Jeglinski, J. W. E., Auhage, S., Balmer, D., Bringsvor, I. S., Burton, E., Castenschiold, J. H., Christensen-Dalsgaard, S., Danielsen, J., Dierschke, J., Ezhov, A. V., Gudmundsson, G. A., Hart, T., Jessopp, M., Jones, R., Krasnov, Y. V., Lorentsen, S.-H., Palsdottir, A. E., Provost, P., Purdie, A., Morgan, G. D., Emma, M., Olsen, B., Strom, H., Tierney, D. T., Wilson, L. J., Wanless, S.
Dit is een AI-gegenereerde uitleg van een preprint die niet peer-reviewed is. Dit is geen medisch advies. Neem geen gezondheidsbeslissingen op basis van deze inhoud. Lees de volledige disclaimer
Each language version is independently generated for its own context, not a direct translation.
Stel je de Noordse Stormvogel voor als een ster-atleet die al meer dan een eeuw op een reeks overwinningen zit. Terwijl veel andere zeevogels worstelden om in het spel te blijven, gedijden deze vogels en groeide hun aantal gestaag gedurende de 20e en 21e eeuw. Ze waren het "succesverhaal" van de oceaan.
In 2022 trof echter een plotselinge en zware "griepseizoen" het hele team. Dit was niet zomaar een verkoudheid; het was hoogpathogeen aviair influenza (HPAI), een dodelijk virus dat over hun hele wereldwijde leefgebied heerste. Vanwege deze uitbraak realiseerden wetenschappers zich dat ze een nieuwe telling moesten uitvoeren om te zien hoeveel het team was gekwetst.
Het nieuwe scorebord De onderzoekers bezochten elke belangrijke broedplaats in het Noordoost-Atlantisch gebied (van Schotland en Ierland tot IJsland, Noorwegen en zelfs zo ver als Rusland) om in 2023/24 de vogels te tellen. Dit was wat ze vonden:
De grote daling: Tussen de laatste telling in 2013/14 en deze nieuwe, daalde het aantal broedplaatsen met 17%. Denk hierbij aan een stadion dat vroeger 414.598 fans herbergde; nu zijn er slechts 345.858 plaatsen bezet.
De zwaargewichten: De grootste verliezen vonden plaats bij de "super-stadions" – de enorme koloniën met meer dan 10.000 vogels. Deze gigantische groepen verloren elk tienduizenden vogels, wat de totale aantallen aanzienlijk naar beneden trok.
De werkelijke impact: De bovenstaande cijfers zijn waarschijnlijk een "conservatieve schatting", wat betekent dat de daadwerkelijke klap van het virus misschien nog erger is dan de wiskunde aangeeft. Waarom? Omdat veel koloniën juist groeiden vlak voor de uitbraak in 2022. Als je de verloren groei meetelt, is de daling steiler. Bovendien werd de Canadese populatie niet geteld nadat het virus toesloeg, waardoor het wereldwijde beeld onvolledig is.
Wie heeft de meeste vogels? Zelfs na de crash blijven het VK en Ierland de "thuisbasis" voor deze vogels:
Schotland is de kampioen onder de zwaargewichten, met bijna 60% van alle vogels in deze regio en bijna de helft (46%) van de totale wereldpopulatie.
Groot-Brittannië, Ierland en de Kanaaleilanden samen vormen het "krachtpatser-drie", met 83% van de Noordoost-Atlantische populatie en 64% van de wereldpopulatie.
De les Dit artikel gaat niet alleen over het updaten van een getal op een spreadsheet. Het dient als een scherp herinnering hoe snel een ziekte-uitbraak een soort kan schudden die eerder als veilig en groeiend werd beschouwd. Het benadrukt dat we deze vogels vaker moeten tellen, net als het regelmatig controleren van de vitale functies van een patiënt, zodat we de schade veroorzaakt door gebeurtenissen als deze echt kunnen begrijpen en hen kunnen helpen te herstellen.
Each language version is independently generated for its own context, not a direct translation.
Technische Samenvatting: Bijgewerkte Populatieschatting voor Noordse Stormvogels na HPAI-uitbraak
1. Probleemstelling Noordse stormvogels (Morus bassanus) werden historisch beschouwd als een succesverhaal op het gebied van natuurbehoud, gekenmerkt door populatiegroei gedurende de 20e en 21e eeuw, in contrast met de wereldwijde achteruitgang van veel zeevogelsoorten. Deze ontwikkeling werd echter verstoord door een ernstige uitbraak van Hoogpathogeen Aviair Influenza (HPAI) in 2022, die de soort in zijn gehele verspreidingsgebied trof. Deze gebeurtenis creëerde een dringende noodzaak om de populatiestatus van de metapopulatie in het Noordoost-Atlantische gebied opnieuw te beoordelen, aangezien eerdere gegevens (laatst verzameld in 2013/14) de demografische realiteit na de ziekte-uitbraak niet langer weerspiegelden.
2. Methodologie De studie voerde een uitgebreide broedcensus uit van Noordse stormvogels in het gehele Noordoost-Atlantische metapopulatiegebied tijdens het broedseizoen 2023/24.
Geografische reikwijdte: Het onderzoek omvatte alle bekende kolonies in Groot-Brittannië, Ierland, de Kanaaleilanden, IJsland, Noorwegen, de Faeröer, Frankrijk, Duitsland en Rusland.
Maatstaf: De populatiegrootte werd gekwantificeerd met behulp van "schijnbaar bezette plaatsen" (AOS) als primaire meeteenheid.
Vergelijkende analyse: De censusgegevens van 2023/24 werden vergeleken met de basisgegevens van de census van 2013/14 om populatietrends en percentageveranderingen te berekenen.
Stratificatie: De analyse onderzocht specifiek populatieveranderingen over verschillende koloniegroottes, met een focus op grote kolonies (>10.000 AOS).
3. Belangrijkste Resultaten
Populatieachteruitgang: De Noordoost-Atlantische metapopulatie onderging een significante krimp, met een afname van 17% tussen de censusperiodes 2013/14 en 2023/24. Het totale aantal AOS daalde van 414.598 naar 345.854.
Wereldwijde impact: Deze regionale achteruitgang vertegenwoordigt een wereldwijde afname van ten minste 13%.
Oorzaken van achteruitgang: De reductie was niet uniform; deze werd disproportioneel gedreven door de grootste kolonies (>10.000 AOS), die elk tienduizenden AOS verloren.
Onderschatting van de impact: De gerapporteerde cijfers onderschatten waarschijnlijk de ware ernst van de HPAI-uitbraak. Dit komt omdat:
De meeste kolonies waarschijnlijk groeiden tussen de census van 2013/14 en de uitbraak in 2022, wat betekent dat de basis voor vergelijking kunstmatig hoog was ten opzichte van de trend voor de uitbraak.
De broedpopulatie in Canada voor het laatst werd geteld vóór de HPAI-uitbraak en niet was opgenomen in deze specifieke herbeoordeling na de uitbraak.
Geografische verdeling:
Schotland blijft de cruciale kern, met 59% van de Noordoost-Atlantische metapopulatie en 46% van de wereldwijde populatie.
De gecombineerde regio Groot-Brittannië, Ierland en de Kanaaleilanden herbergt 83% van de Noordoost-Atlantische metapopulatie en 64% van de wereldwijde populatie.
4. Belangrijkste Bijdragen
Eerste census na uitbraak: Deze studie biedt de eerste bijgewerkte broedcensus voor Noordse stormvogels in het Noordoost-Atlantische gebied na de HPAI-gebeurtenis van 2022.
Kwantificering van ziekte-impact: Het biedt empirisch bewijs van de demografische gevolgen op grote schaal van een enkele ziekte-uitbraak op een zeevogelsoort over zijn gehele verspreidingsgebied.
Vaststelling van basislijn: De gegevens vestigen een kritieke nieuwe basislijn (2023/24) voor het monitoren van toekomstig herstel of verdere achteruitgang, en vervangen de tien jaar oude gegevens van 2013/14.
5. Betekenis De studie onderstreept de kwetsbaarheid van zelfs historisch "succesvolle" zeevogelpopulaties voor acute, hoogdodelijke gebeurtenissen zoals HPAI. De achteruitgang van 17% in één decade keert decennia van groei om en wijst op een mogelijke verschuiving in de conservatiestatus van de soort. Bovendien benadrukt het onderzoek een kritieke lacune in de monitoringinfrastructuur: het ontbreken van regelmatige, gesynchroniseerde censusinspanningen maakt het moeilijk om de directe en langetermijndemografische gevolgen van dergelijke catastrofale gebeurtenissen nauwkeurig te kwantificeren. De auteurs pleiten voor de invoering van frequentere censuscycli om conservatiestrategieën en populatiemodellering in een tijdperk van toenemende ziektebedreigingen beter te onderbouwen.