The effects of the spin and quadrupole moment of SgrA* on the orbits of S stars

Dit artikel analyseert analytisch en numeriek hoe de spin en het kwadrupoolmoment van Sgr A* de banen van S-sterren beïnvloeden tot op de tweede post-Newtoniaanse orde, met als doel deze relativistische effecten te karakteriseren voor toekomstige waarnemingen met GRAVITY+.

K. Abd El Dayem, F. H. Vincent, G. Heissel, T. Paumard, G. Perrin

Gepubliceerd 2026-03-11
📖 5 min leestijd🧠 Diepgaand

Each language version is independently generated for its own context, not a direct translation.

De Dans van de Sterren rondom het Zwaartepunt van ons Melkwegstelsel

Stel je voor dat ons Melkwegstelsel een enorme, donkere dansvloer is. In het exacte midden zit een onzichtbare, gigantische danser: Sgr A*, een superzwaar zwart gat. Om deze danser draaien er tientallen sterren, de zogenaamde "S-sterren", in prachtige, elliptische banen.

Deze sterren zijn als dansers die rond de danser cirkelen. Maar er is iets bijzonders aan de hand: de danser is niet alleen zwaar, hij draait ook nog eens razendsnel om zijn eigen as (spin) en is door die rotatie een beetje platter aan de polen dan aan de equator (kwadrupoolmoment).

Dit artikel onderzoekt hoe deze draaiende, plattere danser de danspassen van de sterren beïnvloedt.

1. De "Naakttheorema" en de drie geheimen

Volgens de regels van de natuurkunde (het "no-hair theorem") kan een zwart gat volledig worden beschreven met slechts drie eigenschappen:

  1. Hoe zwaar hij is (Massa).
  2. Hoe snel hij draait (Spin).
  3. Hoeveel lading hij heeft (Elektrische lading).

Voor Sgr A* weten we dat hij bijna geen lading heeft, dus we kunnen die vergeten. We weten al precies hoe zwaar hij is. Maar we weten niet hoe snel hij draait of hoe plat hij is. Als we deze twee laatste geheimen kunnen onthullen, kunnen we bewijzen dat de theorieën van Einstein kloppen.

2. De danspasjes: Waarom de banen draaien

In een gewone wereld zou een planeet rond een zon in een perfect, stilstaand ellipsje blijven draaien. Maar rond een zwart gat is de ruimte-tijd zelf als een wervelende siroop.

Er zijn drie soorten "danspasjes" die de sterren maken:

  • De Schwarzschild-dans (De basis): Dit is de bekendste pas. Omdat het zwart gat zo zwaar is, draait het hele ellipsje langzaam rond. De ster komt bij zijn dichtste punt (pericentrum) net iets verder dan de vorige keer. Dit hebben we al gezien bij de ster S2.
  • De Lense-Thirring-dans (Het sleep-effect): Omdat de danser (het zwarte gat) draait, sleept hij de siroop (de ruimte-tijd) met zich mee. Het is alsof je een lepel in een kom met honing roert; de honing rondom de lepel gaat ook meedraaien. Als een ster hierdoorheen vliegt, wordt zijn baan niet alleen gedraaid, maar ook een beetje omgegooid (uit het vlak geduwd).
  • De Kwadrupool-dans (De vorm): Omdat de danser door zijn snelheid een beetje platter is, is zijn zwaartekracht niet overal even sterk. Dit zorgt voor extra, nog subtielere draaiingen van de baan.

3. Het probleem: De sterren zijn te ver weg

Het probleem is dat de sterren die we nu kunnen zien (zoals S2), nog steeds een beetje te ver weg dansen. De effecten van de draaiing en de vorm van het zwarte gat zijn daar zo klein, dat ze nauwelijks te meten zijn. Het is alsof je probeert de windrichting te meten door te kijken naar een vlag die ver weg op een heuvel staat, terwijl je windkracht 10 hebt.

4. De oplossing: De "S2/10" en de nieuwe telescoop

De auteurs van dit artikel zeggen: "Laten we kijken naar sterren die dichter bij de danser staan."
Stel je voor dat er een ster is die 10 keer dichter bij Sgr A* draait dan S2. Noem hem S2/10.

  • De analogie: Als je dichter bij een draaiende wasmachine staat, voel je de trillingen en de luchtstroom veel sterker.
  • Het resultaat: Voor zo'n dichterbij staande ster zijn de effecten van de draaiing (spin) en de vorm (kwadrupool) niet meer klein, maar enorm.
    • Het effect van de draaiing is 1.000 keer sterker.
    • Het effect van de vorm is 3.000 keer sterker.

Daarnaast draait zo'n ster veel sneller rond. In plaats van 16 jaar voor één rondje (zoals S2), zou deze nieuwe ster dat in minder dan een jaar doen. Dat betekent dat we in dezelfde tijdspanne veel meer "danspassen" kunnen zien en meten.

5. De nieuwe telescoop: GRAVITY+

Gelukkig is er een nieuwe telescoop in de maak, genaamd GRAVITY+. Deze is zo krachtig dat hij deze kleine, felle sterren die nu nog te zwak zijn om te zien, wel kan opvangen.

De auteurs hebben met een computerprogramma (OOGRE) berekend hoe deze sterren zich zouden gedragen. Ze hebben ontdekt dat:

  • Als de ster in het vlak van de draaiing van het zwarte gat draait, de baan vooral in het vlak draait.
  • Als de ster loodrecht op de draaiing staat, de baan juist omkantelt (uit het vlak gaat).
  • Door naar sterren te kijken die op verschillende manieren om het zwarte gat draaien, kunnen we de richting van de spin en de vorm van het zwarte gat precies reconstrueren.

Conclusie: De dans van de toekomst

Kortom: Dit artikel is een handleiding voor astronomen. Het zegt: "Kijk niet alleen naar de bekende sterren, maar zoek naar de kleine, snelle dansers die heel dicht bij het centrum staan."

Met de nieuwe telescoop GRAVITY+ en deze nieuwe inzichten, kunnen we binnenkort misschien wel de spin en de vorm van het zwarte gat in het centrum van ons melkwegstelsel meten. Als dat lukt, bewijzen we dat het zwarte gat precies zo werkt als Einstein voorspelde: een perfect, draaiend object dat de ruimte-tijd om zich heen vervormt. Het is als het oplossen van het laatste puzzelstukje van de "naakttheorema".