Is the existence of unbounded operators a problem for quantum mechanics? In response to Carcassi, Calderon, and Aidala

In dit paper betoogt de auteur dat de aanwezigheid van onbegrensde operatoren en oneindige verwachtingswaarden geen probleem vormt voor de kwantummechanica, en dat het vervangen van Hilbertruimten door Schwartz-ruimten juist meer problemen zou veroorzaken, terwijl het concept van "fysikaliteit" als vaag wordt beschouwd.

Zhonghao Lu

Gepubliceerd Thu, 12 Ma
📖 5 min leestijd🧠 Diepgaand

Each language version is independently generated for its own context, not a direct translation.

De Onzichtbare Muur in de Quantumwereld: Een Verdediging van de "Onvolmaakte" Wiskunde

Stel je voor dat je een enorme bibliotheek hebt die alle mogelijke toestanden van een quantumdeeltje bevat. In de standaard theorie van de quantummechanica is deze bibliotheek een Hilbert-ruimte. Het is een perfecte, wiskundige verzameling waar elke mogelijke "rol" (een golf funktie) in past.

Maar recent hebben drie onderzoekers (Carcassi, Calderón en Aidala) gezegd: "Wacht even, deze bibliotheek is te groot! Hij bevat boeken die onmogelijk zijn in het echte leven. We moeten de bibliotheek kleiner maken en alleen de 'fysieke' boeken houden."

Ze willen de Hilbert-ruimte vervangen door iets kleiners, de Schwartz-ruimte. Hun reden? In de grote bibliotheek staan boeken waarin bepaalde getallen (zoals de gemiddelde positie van een deeltje) oneindig groot worden. Ze zeggen: "Een deeltje met een oneindige gemiddelde positie bestaat niet in de natuur, dus die boeken horen niet thuis."

Zhonghao Lu, de auteur van dit artikel, is het daar niet mee eens. Hij zegt: "Nee, die bibliotheek is prima zoals hij is. Als we hem kleiner maken, creëren we meer problemen dan we oplossen."

Hier is wat Lu te zeggen heeft, vertaald naar alledaagse taal met een paar creatieve vergelijkingen:

1. Het probleem met de "Oneindige" Getallen

De critici zeggen: "Als je een deeltje hebt waarvan de gemiddelde positie oneindig ver weg is, is dat onzin. Dat deeltje is 'onfysiek'."

Lu zegt: "Wacht, dat is niet per se onzin."
Stel je voor dat je een enorme menigte mensen meetelt. Als je de gemiddelde lengte van iedereen berekent, krijg je een normaal getal. Maar stel je voor dat je een experiment doet waarbij de meeste mensen normaal zijn, maar er één persoon is die 10 kilometer lang is. De gemiddelde lengte van de hele groep wordt dan gigantisch (of oneindig).
Lu stelt dat in de quantumwereld het gemiddelde (de verwachtingswaarde) zelden direct wordt gemeten. Wat we meten, zijn individuele resultaten. Zelfs als het gemiddelde oneindig is, kunnen we nog steeds de kans berekenen dat we een bepaald resultaat meten. Het feit dat het gemiddelde "uit de hand loopt", betekent niet dat de toestand zelf onmogelijk is. Het is alsof je zegt: "Omdat de gemiddelde temperatuur van de aarde in de toekomst oneindig hoog zou kunnen worden, is de aarde nu onfysiek." Dat klopt niet.

2. Het probleem met de "Gestopte" Film

De critici willen de bibliotheek kleiner maken (de Schwartz-ruimte) zodat alleen de "nette" boeken overblijven. Lu waarschuwt: "Als je de bibliotheek te klein maakt, kun je geen films meer draaien."

In de quantumwereld bewegen deeltjes en veranderen ze in de tijd. Dit wordt beschreven door een vergelijking (de Schrödinger-vergelijking).

  • De grote bibliotheek (Hilbert): Hier kunnen alle films draaien, zelfs als het scenario heel raar is (zoals een deeltje dat door een heel sterke kracht wordt weggeblazen).
  • De kleine bibliotheek (Schwartz): Als je alleen de "nette" boeken houdt, blijf je niet zitten met een complete bibliotheek. Als je een deeltje in een "nette" toestand start en je laat het bewegen onder invloed van een echte, fysieke kracht (zoals de zwaartekracht van een atoomkern), dan "ontsnapt" het deeltje vaak uit die kleine bibliotheek. Het belandt in een toestand die niet meer in de kleine verzameling past.

Lu vergelijkt dit met een dansschool. Als je alleen dansers toelaat die perfect in een vierkant passen, en je vraagt hen om een danspas te maken waarbij ze naar de rand van de zaal rennen, vallen ze eruit. Je kunt dan zeggen: "Oké, we sluiten de randen van de zaal af." Maar dan kun je geen echte danspas meer maken die de natuur soms vereist. Je sluit dus belangrijke, echte bewegingen uit.

3. Het "Onmogelijke" Dilemma

Lu stelt een lastige vraag: "Welke boeken mogen er nou precies in?"
Als we zeggen: "Alles met een oneindig getal is verboden," dan moeten we beslissen welke getallen oneindig mogen zijn en welke niet.

  • Mag de gemiddelde positie oneindig zijn?
  • Mag de gemiddelde energie oneindig zijn?
  • Maar wat als je de positie meet en daaruit de energie berekent? Als je het ene verbiedt, moet je het andere ook verbieden.

Het wordt een willekeurige keuze. Lu zegt dat de natuur geen voorkeur heeft voor "nette" wiskundige grenzen. De natuur is wat ze is, en soms zijn die grenzen vaag.

4. De Vage Lijn tussen "Fysiek" en "Niet-Fysiek"

Lu maakt een interessant punt over wat we "echt" noemen.

  • Niveau 1: Alles wat wiskundig mogelijk is, is fysiek. (Te groot).
  • Niveau 2: Alleen wat in onze echte wereld gebeurt, is fysiek. (Te klein).
  • Niveau 3 (Het midden): We proberen een lijst te maken van "realistische" eisen.

Lu zegt dat deze lijst (Niveau 3) vaag is. Het is moeilijk om te zeggen waar de lijn precies ligt. In de quantumveldtheorie (een geavanceerdere versie van quantummechanica) is er een soortgelijke discussie over de "Hadamard-voorwaarde". Daar is het nodig om oneindigheden te vermijden om de vergelijkingen van Einstein (zwaartekracht) niet te laten exploderen. Maar in de gewone quantummechanica is dat niet nodig.

Conclusie: Laat de Bibliotheek Groeien

Lu's boodschap is simpel: Laat de wiskunde zijn wat hij is.
De "oneindige" toestanden in de Hilbert-ruimte zijn geen fouten; ze zijn een noodzakelijk onderdeel van een complete theorie. Als we proberen de theorie te "saneren" door alleen de "nette" toestanden toe te staan, verliezen we de mogelijkheid om echte, complexe natuurverschijnselen te beschrijven.

Het is alsof je zegt: "Omdat er in de oceaan soms golven zijn die te hoog zijn om te tellen, moeten we de oceaan vervangen door een klein badje." Dat lost het probleem van de hoge golven op, maar dan heb je geen oceaan meer.

Kort samengevat:
De quantumwereld is groot, soms raar, en bevat "oneindigheden". Dat is geen reden om de theorie te veranderen. Het is juist de kracht van de theorie dat hij al die rare toestanden kan omarmen, zelfs als ze in ons dagelijks leven niet voorkomen.