← Nieuwste papers
💰 quantitative finance

Do Projects Learn Across Space and Time? Evidence from the Olympics

Ondanks de theoretische verwachting dat de Olympische Spelen door herhaling kostenbesparingen zouden opleveren, toont een analyse van de periode 1960-2024 aan dat spatiotemporale factoren zoals geografische afstand en tijdelijke organisaties structureel belemmeren dat tactische kennis zich vertaalt naar strategische verbetering, waardoor er geen sprake is van een blijvende kostenreductie.

Oorspronkelijke auteurs: Atif Ansar, Bent Flyvbjerg, Alexander Budzier

Gepubliceerd 2026-04-21
📖 6 min leestijd🧠 Diepgaand

Oorspronkelijke auteurs: Atif Ansar, Bent Flyvbjerg, Alexander Budzier

Oorspronkelijk artikel gelicentieerd onder CC BY 4.0 (http://creativecommons.org/licenses/by/4.0/). Dit is een AI-gegenereerde uitleg van het onderstaande artikel. Het is niet geschreven of goedgekeurd door de auteurs. Raadpleeg het oorspronkelijke artikel voor technische nauwkeurigheid. Lees de volledige disclaimer

De Olympische Spelen: Een Eeuwige Leerling die Vergeet

Stel je voor dat je een gigantisch feest organiseert, zoals de Olympische Spelen. Je doet dit elke vier jaar, maar dan in een heel andere stad, met een heel ander team, en in een ander land. Je zou denken: "Wacht even, we hebben dit al 64 keer gedaan! We moeten het nu toch steeds beter kunnen doen? We moeten toch minder geld uitgeven en minder fouten maken?"

Het antwoord van dit onderzoek is verrassend simpel en een beetje triest: Nee.

De auteurs, experts van Oxford en Tsinghua, kijken naar de cijfers van 1960 tot 2024 en ontdekken iets vreemds: de Spelen worden niet goedkoper of efficiënter. Integendeel, ze lopen bijna altijd uit op enorme kostenoverschrijdingen (gemiddeld 159% boven het begrote bedrag). Het is alsof je elke vier jaar opnieuw probeert om een auto te bouwen, maar elke keer weer vergeet hoe je de motor moet starten, waardoor je elke keer duizend euro extra moet uitgeven.

Hier is hoe ze dit uitleggen, met een paar simpele vergelijkingen:

1. Het Probleem: "Korte Zicht" en Vergeten

De onderzoekers gebruiken een concept dat ze "korte zicht van leren" noemen. Stel je voor dat je een recept voor een taart hebt.

  • Normaal leren: Als je elke week dezelfde taart bakt in dezelfde keuken met dezelfde bakkers, word je na een jaar een meester. Je weet precies hoeveel suiker je nodig hebt en hoe je de oven moet instellen.
  • De Olympische situatie: Stel je nu voor dat je elke keer een nieuwe bakker moet inhuren, in een nieuw land, met andere ingrediënten, en dat je maar één keer mag bakken voordat je weer weggaat. De volgende keer, vier jaar later, is je vorige bakker al met pensioen, zijn de recepten zoekgeraakt, en is de keuken in de nieuwe stad heel anders.

Dit is wat er gebeurt bij de Spelen. Elke stad (het "team") is een tijdelijke organisatie. Zodra de Spelen voorbij zijn, valt het team uit elkaar. De kennis die ze hebben opgedaan, verdwijnt in de lucht. De Internationale Olympische Committee (IOC) is als de "hoofdbakker" die het recept bewaart, maar ze bakken de taart zelf niet. Ze kunnen niet voorkomen dat elke nieuwe bakker opnieuw de fouten maakt.

2. Ruimte en Tijd: De Dubbele Muur

De auteurs noemen dit spatiotemporaliteit. Dat klinkt ingewikkeld, maar het is eigenlijk heel simpel:

  • Ruimte (De afstand): Wat werkt in Barcelona, werkt niet in Tokio. De wetten, de cultuur, het weer en de mensen zijn anders. Het is alsof je probeert een recept uit Italië te kopiëren in Japan, maar vergeet dat je daar geen olijfolie maar sojasaus gebruikt.
  • Tijd (De wachttijd): Omdat er vier jaar tussen zit, is de kennis al "oud" en vergeten tegen de tijd dat de volgende stad begint. Het is alsof je een brief schrijft aan je toekomstige zelf, maar die brief raakt kwijt in de post.

Het resultaat? De Spelen zitten vast in een Sisypheos-klus. Dat is een Griekse mythe over een man die een steen de berg op duwt, maar elke keer als hij bijna boven is, rolt de steen weer naar beneden. Elke stad duwt de steen (de Spelen) weer helemaal opnieuw de berg op, zonder dat ze profiteren van de ervaring van de vorige.

3. De Vreemde Paradox: Ze leren wel, maar niet genoeg

Je zou kunnen denken: "Maar wacht, ze leren toch wel iets? Ze hebben betere beveiliging, betere toiletten en betere vervoersplannen."
Ja, dat klopt. Dat noemen de onderzoekers taktisch leren (kleine verbeteringen).

  • Voorbeeld: "Oh, in Atlanta waren de bussen te langzaam, in Rio zetten we er twee extra in."

Maar dit is niet strategisch leren (grote veranderingen).

  • Het echte probleem: Ze leren niet waarom de bussen te langzaam waren of hoe ze het hele systeem anders kunnen bouwen zodat het nooit meer misgaat. Ze lossen het symptoom op, maar niet de ziekte. Daardoor blijven de kosten exploderen, net als bij een auto die je elke keer repareert, maar nooit vervangt door een nieuw model.

4. Hoe kunnen we dit oplossen? Vier Manieren

De auteurs zeggen dat "kleine stapjes" (zoals nu) niet genoeg zijn. Ze hebben vier radicale ideeën, gebaseerd op hoe succesvolle bedrijven (zoals Apple of Toyota) werken:

  1. Centreren (Een vaste plek):

    • Het idee: Stop met verhuizen. Houd de Zomerspelen voor altijd in Los Angeles en de Winterspelen voor altijd in een plek met sneeuw (zoals Innsbruck of een nieuw centrum).
    • Vergelijking: In plaats van elke keer een nieuw huis te bouwen voor een feestje, gebruik je altijd hetzelfde huis. Je weet precies waar de stekkers zitten en je hoeft geen nieuwe meubels te kopen.
    • Voordeel: Je bouwt op bestaande kennis en infrastructuur.
  2. Decentreren (Verspreiden):

    • Het idee: Verdeel de sporten over de hele wereld. Schaatsen in Canada, zwemmen in Australië, basketbal in de VS.
    • Vergelijking: In plaats van één gigantisch festival te bouwen, laat je elke stad zijn eigen vakmanschap tonen. De "sneeuwspecialist" doet de wintersporten, de "strand-specialist" doet de watersporten.
    • Voordeel: Elke plek wordt een expert in zijn eigen sport en bouwt daarop verder.
  3. Real Opties (Stapsgewijs groeien):

    • Het idee: Begin klein. Bouw eerst een stadion voor lokale wedstrijden. Als het populair wordt, bouw je uit voor nationale wedstrijden, en pas later voor de Olympische Spelen.
    • Vergelijking: Je begint met een kleine kraam op een markt. Als het goed gaat, huur je een winkel. Pas als je echt een groot bedrijf bent, bouw je een fabriek. Je bouwt niet direct een fabriek als je nog niet weet of mensen je producten willen kopen.
    • Voordeel: Je riskeert niet direct miljarden voor iets dat misschien niet werkt.
  4. Incrementeel (Kleine stapjes):

    • Het idee: Blijf doen wat ze nu doen, maar dan beter.
    • Conclusie van de auteurs: Dit werkt niet. De Spelen zijn te groot en te complex voor kleine verbeteringen. Je hebt een radicale verandering nodig.

Conclusie: De Les voor Iedereen

Deze studie is niet alleen over de Olympische Spelen. Het is een waarschuwing voor elke grote overheid of organisatie die projecten doet die ver weg zijn en lang duren.

Als je een team hebt dat na elke klus uit elkaar valt, en de volgende klus pas over vier jaar komt, dan vergeet je alles. Je blijft een "eeuwige beginner". Om echt slim te worden en geld te besparen, moet je je structuur veranderen. Je moet zorgen dat de kennis blijft hangen, of je moet de manier waarop je werkt fundamenteel aanpassen.

Kortom: Zolang we blijven doen alsof elke Olympische Spelen de eerste is, zullen we blijven betalen alsof het de eerste keer is. Het is tijd om te stoppen met de steen de berg op te duwen en eindelijk een lift te bouwen.

Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?

Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.

Probeer Digest →