“I am too smart to get that sh": A descriptive qualitative study of HIV risk perceptions and sexual risk behaviors among Black men who have sex with men in Ohio
Deze kwalitatieve studie naar zwarte mannen die seks hebben met mannen in Ohio onthult een significante discrepantie tussen hun lage gepercipieerde hiv-risico — gedreven door overmoed, vertrouwen in bekende partners en aannames over partnerkenmerken — en hun feitelijke betrokkenheid bij risicovol seksueel gedrag, wat de noodzaak onderstreept voor preventiestrategieën die deze specifieke cognitieve vooroordelen aanpakken.
Oorspronkelijk artikel gelicentieerd onder CC BY 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/). Dit is een AI-gegenereerde uitleg van het onderstaande artikel. Het is niet geschreven of goedgekeurd door de auteurs. Raadpleeg het oorspronkelijke artikel voor technische nauwkeurigheid. Lees de volledige disclaimer
In de Verenigde Staten blijft een aanzienlijke gezondheidsuitdaging bestaan: zwarte mannen die seks hebben met mannen kampen met een veel hoger percentage HIV-infecties vergeleken met andere groepen. Hoewel artsen en volksgezondheidsfunctionarissen krachtige middelen hebben om het virus te stoppen, zoals medicijnen die infectie voorkomen voordat deze plaatsvindt, worden deze middelen niet door iedereen gebruikt die ze nodig heeft. Een belangrijke reden voor deze kloof is niet een gebrek aan informatie, maar de manier waarop mensen hun eigen veiligheid begrijpen. Wanneer iemand gelooft dat hij onwaarschijnlijk ziek zal worden, is hij minder geneigd om voorzorgsmaatregelen te nemen, zelfs als zijn acties daar anders over laten zien. Deze discrepantie tussen wat mensen weten over een ziekte en hoe zij over hun persoonlijke risico denken, is een complexe psychologische puzzel die experts op het gebied van de volksgezondheid proberen op te lossen om levens te redden.
Om deze puzzel te begrijpen, voerde een onderzoeker genaamd Ishmael Tagoe een studie uit in Ohio, waarbij hij zich specifiek richtte op de gedachten en ervaringen van jonge zwarte mannen die seks hebben met mannen. Het doel was niet om te tellen hoeveel mensen besmet waren, maar om naar hun verhalen te luisteren en te begrijpen waarom zij de seksuele keuzes maakten die zij maakten. De onderzoeker sprak met negentien mannen tussen de achttien en vijfendertig jaar oud. Deze mannen werden uit verschillende delen van de staat gerekruteerd, onder meer via gemeenschapscentra en sociale media, en zij werden gevraagd hun eerlijke visie te geven op HIV-risico, hun seksuele partners en hun gebruik van preventiemethoden. De interviews werden opgenomen en geanalyseerd om veelvoorkomende patronen te vinden in hoe deze mannen over hun veiligheid dachten.
De studie onthulde een opvallende tegenstrijdigheid. De meeste mannen die werden geïnterviewd, wisten dat HIV een serieuze bedreiging vormde voor hun gemeenschap, maar zij voelden zich persoonlijk zeer veilig. Zij beschreven een sterk gevoel van vertrouwen in hun eigen vermogen om het virus te vermijden. Eén deelnemer vatte dit gevoel samen door te zeggen dat hij "te slim was om dat te krijgen", wat impliceerde dat HIV iets was dat mensen overkwam die slechte keuzes maakten, en niet iemand met zijn niveau van bewustzijn. Dit zelfvertrouwen ging niet alleen over algemene kennis; het was een diepgeworteld geloof dat hun eigen oordeelsvermogen voldoende was om hen te beschermen. Zelfs toen zij toegaven seks te hebben zonder bescherming, zagen zij dit niet als een risicovolle activiteit omdat zij vertrouwden op hun eigen besluitvormingsvaardigheden.
Een tweede, krachtige factor in dit gevoel van veiligheid was de identiteit van hun seksuele partners. Veel van de mannen voelden dat als ze met iemand waren die ze goed kenden, zoals een vriend of een vaste partner, ze veilig waren voor HIV. Zij vertrouwden op vertrouwdheid in plaats van op medisch bewijs. In hun beleving was het kennen van iemands karakter of het hebben van een lange geschiedenis met die persoon een betere garantie voor veiligheid dan een recente testuitslag. Zij gingen er vaak vanuit dat vrienden dezelfde waarden deelden en verantwoordelijk waren voor hun eigen gezondheid. Dit vertrouwen strekte zich uit tot het idee dat als een partner zei dat hij negatief was, of als iemand op een datingapp verscheen met een profiel waarin stond dat hij negatief was, die informatie betrouwbaar genoeg was om het gebruik van een condoom over te slaan. De mannen voelden dat de juridische en sociale gevolgen van liegen over iemands status genoeg waren om eerlijkheid te garanderen, waardoor formele testen binnen hun vertrouwde kringen overbodig leek.
De studie vond ook dat deze mannen zich wel degelijk gedroegen op manieren die een hoog risico op HIV-overdracht met zich meebrengen, zoals seks hebben zonder condoom of het deelnemen aan groepsseks. Echter, zij zagen deze handelingen niet als onderdeel van hun normale, dagelijkse leven. In plaats daarvan omschreven zij deze als zeldzame uitzonderingen, dingen die "af en toe" gebeurden onder specifieke omstandigheden, zoals een moment van financiële nood of een unieke sociale situatie. Door deze risicovolle momenten als geïsoleerde incidenten te categoriseren, waren zij in staat hun algehele zelfbeeld als verantwoordelijke mensen die niet in gevaar waren, in stand te houden. Zij konden erkennen dat een specifiek evenement gevaarlijk was, zonder dat dat gevaar hun algemene overtuiging dat zij over het algemeen veilig waren, deed wankelen.
Dit onderzoek benadrukt een kritieke kloof in de huidige HIV-preventie-inspanningen. De mannen in de studie waren niet onwetend; zij waren zich bewust van het virus en de middelen die beschikbaar zijn om het te bestrijden. Het probleem was dat hun persoonlijke gevoel van veiligheid, gebouwd op vertrouwen, vertrouwdheid en zelfvertrouwen, de feiten van hun gedrag overstemde. Volksgezondheidsstrategieën die simpelweg meer informatie verstrekken, zijn mogelijk niet voldoende om deze mentaliteit te veranderen. In plaats daarvan moeten interventies zich richten op deze diepgewortelde overtuigingen over vertrouwen en veiligheid. Programma's moeten deze mannen helpen begrijpen dat het kennen van een partner of het gevoel slim te zijn, de noodzaak van medische preventie, zoals regelmatige testen en het gebruik van beschermende medicatie, niet vervangt. De studie suggereert dat om de HIV-cijfers werkelijk te verlagen, gezondheidsfunctionarissen zich moeten verdiepen in de manier waarop deze mannen daadwerkelijk denken en voelen, om zo de kloof tussen hun zelfvertrouwen en de realiteit van het risico dat zij lopen te overbruggen.
Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?
Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.