Corporate Governance and Firm Value in the Disruptive Economy: The Mediating Roles of Social Investment Effectiveness and Corporate Reputation
Deze studie maakt gebruik van Structurele Vergelijkingstechnieken op productiebedrijven om aan te tonen dat hoewel specifieke mechanismen voor bedrijfsbestuur geen directe impact hebben op de bedrijfswaarde in de disruptieve economie, hun effectiviteit significant wordt gemedieerd door de effectiviteit van sociale investeringen en de bedrijfsreputatie, die uiteindelijk de marktwaardering drijven.
Oorspronkelijk artikel gelicentieerd onder CC BY 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/). Dit is een AI-gegenereerde uitleg van het onderstaande artikel. Het is niet geschreven of goedgekeurd door de auteurs. Raadpleeg het oorspronkelijke artikel voor technische nauwkeurigheid. Lees de volledige disclaimer
Technische Samenvatting: Corporate Governance en Bedrijfswaarde in de Disruptieve Economie
Probleemstelling en Onderzoekscontext
De studie adresseert een kritische lacune in de literatuur over corporate governance met betrekking tot de wijze waarop traditionele governance-mechanismen vertaald worden naar bedrijfswaarde binnen een "disruptieve economie". Deze omgeving wordt gekenmerkt door snelle digitalisering, innovatie in financiële technologie (fintech) en verhoogde Environmental, Social and Governance (ESG)-imperatieven. Hoewel eerder onderzoek verbanden heeft vastgesteld tussen governance en prestaties, stellen de auteurs dat deze relaties in het huidige tijdperk opnieuw worden gedefinieerd. Specifiek onderzoekt de studie of traditionele governance-structuren (bestuurstoezicht, concentratie van eigendom en managementeigendom) direct de bedrijfswaarde aansturen, of dat hun effectiviteit wordt gemedieerd door het vermogen van het bedrijf om sociaal gecommitteerde investeringen uit te voeren en een sterke bedrijfsreputatie te behouden. Het onderzoek wordt gemotiveerd door de observatie dat beleggers in toenemende mate digitale transparantie en sociale verantwoordelijkheid belonen, wat suggereert dat de effectiviteit van governance nu meer afhangt van strategische uitkomsten (sociale investeringen en reputatie) dan van louter structurele inputs alleen.
Methodologie
- Onderzoeksontwerp: De studie maakt gebruik van een kwantitatief verklarend ontwerp met gebruik van secundaire data.
- Steekproef en Databron: De gegevens werden verzameld van beursgenoteerde productiebedrijven in Indonesië die deelnamen aan de Corporate Governance Perception Index (CGPI) tussen 2022 en 2024. Er werd een purposive sampling-methode gebruikt om de beschikbaarheid van zowel financiële als duurzaamheidsverklaringen te waarborgen. De uiteindelijke steekproef bestond uit 10 bedrijven die over drie jaar werden geobserveerd, wat resulteerde in 30 datapunten.
- Variabelen:
- Onafhankelijke Variabelen: Board Role Intensity (gemeten via CGPI), Ownership Concentration (Institutioneel Eigendom) en Managerial Ownership.
- Mediërende Variabelen: Effectiviteit van Investeringen Gecommitteerd aan Sociale Doelen (EIBS) en Bedrijfsreputatie.
- Afhankelijke Variabele: Bedrijfswaarde (geproxied door Return on Assets - ROA).
- Analytische Benadering: De studie maakt gebruik van Structural Equation Modeling (SEM) via AMOS-software. De analyse volgde een tweetrapsproces:
- Validatie van het Meetmodel: Er werd een Confirmatory Factor Analysis (CFA) uitgevoerd om convergente en discriminante validiteit te testen. Fit-indices (CFI, TLI, RMSEA, SRMR) bevestigden de robuustheid van het model.
- Schatting van het Structurele Model: Directe, indirecte en mediërende effecten werden getest. Bootstrapping met 5.000 resamples werd toegepast om de mediatiepaden te valideren.
- Theoretisch Kader: De studie integreert Agency Theory (met de focus op principal-agent conflicten in volatiele omgevingen), Instrumental Stakeholder Theory (Good Management Theory) en kaders met betrekking tot bedrijfswaarde in disruptieve economieën.
Belangrijkste Resultaten
- Directe Effecten:
- Board Role Intensity en Ownership Concentration: Deze variabelen vertoonden geen significant direct effect op de bedrijfswaarde.
- Managerial Ownership: Deze variabele vertoonde een significante negatieve relatie met de bedrijfswaarde, wat de entrenchment-hypothese ondersteunt waarbij een hoog belang van het management kan leiden tot risicoaversie of het prioriteren van privévoordelen boven disruptieve innovatie.
- Mediatie-effecten:
- EIBS en Bedrijfsreputatie: Beide variabelen fungeerden als significante mediërende variabelen. De studie vond dat governance-mechanismen (specifiek Board Role Intensity en Ownership Concentration) een positieve invloed hebben op de effectiviteit van sociaal gecommitteerde investeringen (EIBS).
- Pad: De analyse bevestigde een significant pad waarbij Board Role Intensity EIBS Bedrijfsreputatie Bedrijfswaarde.
- Beperking van Managerial Ownership: Managerial ownership had geen significante invloed op EIBS, wat suggereert dat een gevestigd management het vermogen van het bedrijf beperkt om governance-inputs om te zetten in sociaal voordelige investeringen.
Belangrijkste Bijdragen
- Contextuele Verfijning: De studie breidt de governance-literatuur uit door het te situeren binnen de disruptieve economie, waarbij wordt aangetoond dat traditionele governance-structuren in deze context minder relevant zijn als directe voorspellers van waarde.
- Mediërende Mechanismen: Het identificeert EIBS en Bedrijfsreputatie als cruciale kanalen waardoor governance de bedrijfswaarde beïnvloedt. De bevindingen suggereren dat beleggers in disruptieve markten de uitkomsten van governance (sociale betrokkenheid en reputatie) meer waarderen dan de governance-structuren zelf.
- Theoretische Integratie: Het artikel integreert Agency Theory en Instrumental Stakeholder Theory om te verklaren waarom de effectiviteit van governance afhankelijk is van het vermogen van een bedrijf om meetbare sociale uitkomsten en digitale transparantie te leveren.
Betekenis en Claims
De auteurs beweren dat hun bevindingen empirisch bewijs leveren dat de "governance–waarde"-koppeling fundamenteel wordt hervormd door disruptieve krachten.
- Voor de Theorie: De studie betoogt dat de effectiviteit van governance niet statisch is; deze is contingent op het vermogen van het bedrijf om governance-inputs te vertalen naar geloofwaardige signalen van sociale verantwoordelijkheid en digitale gereedheid.
- Voor de Praktijk: De resultaten suggereren dat raden van bestuur en institutionele aandeelhouders prioriteit moeten geven aan strategieën die de effectiviteit van sociale investeringen en transparant reputatiebeheer verbeteren, in plaats van zich enkel te richten op structurele naleving.
- Voor de Regulering: De auteurs stellen voor dat toezichthouders de ESG-verslaglegging moeten versterken om informatieasymmetrie te verminderen, zodat kapitaalmarkten bedrijven die financiële efficiëntie afstemmen op duurzaamheid en digitale innovatie beter kunnen belonen.
Het artikel concludeert dat in een volatiele, disruptieve economie bedrijven die erin slagen governance om te zetten in effectieve sociale investeringen en reputatieopbouw, beter gepositioneerd zijn om langetermijnwaarde te creëren, aangezien deze factoren informatieasymmetrie verminderen en het vertrouwen van stakeholders versterken.
Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?
Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.