Early Miocene small mammals from Harta 2 (western Anatolia) and their implications for systematics and biostratigraphy
De nieuw ontdekte kleine zoogdierassemblage uit het vroeg-mioceen van Harta 2 in westelijk Anatolië, die gedomineerd wordt door knaagdieren en is toegewezen aan de lokale zone D (MN3), biedt cruciale gegevens voor het verfijnen van de regionale biochronologie, het uitbreiden van het stratigrafische bereik van *Vasseuromys duplex*, en het reconstrueren van subhumide paleomilieuomstandigheden.
Oorspronkelijk artikel gelicentieerd onder CC BY 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/). Dit is een AI-gegenereerde uitleg van het onderstaande artikel. Het is niet geschreven of goedgekeurd door de auteurs. Raadpleeg het oorspronkelijke artikel voor technische nauwkeurigheid. Lees de volledige disclaimer
Diepe tijd laat haar meest intieme handtekeningen niet achter in de botten van reuzen, maar in de kleine, verspreide tanden van wezens die door het struikgewas sluipden. Voor wetenschappers die de geschiedenis van het leven bestuderen, zijn deze kleine zoogdieren—knaagdieren, spilopjes, igels en vleermuizen—onschatbare tijdwaarnemers. Omdat ze snel evolueren en duidelijke tandpatronen achterlaten, fungeren hun resten als nauwkeurige markers die onderzoekers in staat stellen gesteentelagen te dateren en bij te houden hoe omgevingen over miljoenen jaren veranderden. In de regio rond de Middellandse Zee hebben deze kleine fossielen geholpen een tijdlijn op te bouwen van het vroege Mioceen, een warme periode ongeveer 20 miljoen jaar geleden, toen de continenten verschoven en nieuwe ecosystemen vorm kregen. De registratie in westelijk Turkije kende echter lang gaten, waarbij veel fossiele locaties slechts bekend waren uit korte vermeldingen of onvolledige lijsten, wat een wazig beeld gaf van hoe het leven in deze specifieke hoek van de oude wereld evolueerde.
Een team van onderzoekers heeft nu een belangrijk stuk van die puzzel ingevuld door een nieuw ontdekte locatie genaamd Harta 2 te beschrijven, gelegen in de regio Manisa in westelijk Turkije. Door zorgvuldig duizenden kilo's sediment door fijne zeven te wassen en de resulterende concentratie onder microscopen te sorteren, heroverde het team een rijke collectie fossiele kleine zoogdieren. De assemblage wordt gedomineerd door knaagdieren, specifits een soort muisachtige creatuur genaamd Eumyarion aegeaniensis, die het overgrote deel van de vondsten uitmaakt. Naast deze dominante soort leverde de site andere knaagdieren op, waaronder een slier genaamd Vasseuromys duplex en een verwant van de eekhoorn, Palaeosciurus feignouxi. De collectie bevat ook insectenetende zoogdieren zoals een egel (Galerix uenayae), een mol-achtig wezen (Theratiskos) en een spil (Oligosorex), evenals een enkele vleermuistand. Opvallend genoeg vonden de onderzoekers geen resten van konijnen of hazen, die gebruikelijk zijn op andere soortgelijke oude locaties.
De specifieke mix van dieren gevonden bij Harta 2 stelt de wetenschappers in staat de locatie stevig te plaatsen binnen een bekende tijdsperiode, die zij identificeren als een lokale zone genaamd "D", wat overeenkomt met een bredere Europese tijdmarker bekend als MN3. Deze datering wordt ondersteund door de aanwezigheid van drie sleutelsoorten knaagdieren die kenmerkend zijn voor deze periode in westelijk Anatolië. De site bevat echter ook een verrassing die een simpel, lineair beeld van hoe deze dieren evolueerden uitdaagt. Een van de sliers die daar gevonden werd, Vasseuromys duplex, was voorheen alleen bekend van oudere, eerdere locaties. De aanwezigheid ervan bij Harta 2 suggereert dat deze soort niet onmiddellijk verdween toen de jongere tijdsperiode begon; in plaats daarvan bleef hij gedurende een tijd naast de nieuwere soorten voortbestaan. Deze bevinding geeft aan dat de overgang tussen deze oude tijdsperioden geen plotselinge wisseling van volledige gemeenschappen was, maar eerder een complexere overlap waarbij oudere en nieuwere soorten naast elkaar bestonden.
De combinatie van soorten bij Harta 2 biedt ook aanwijzingen over het oude landschap. De overvloed aan knaagdieren met complexe tandkammen, die typisch geassocieerd worden met het eten van zaden en het leven in bomen, samen met de aanwezigheid van een vleermuis en een egel, wijst op een subhumide omgeving met een aanzienlijke hoeveelheid vegetatie. Het was waarschijnlijk een plek met enige bosbedekking en weelderig struikgewas, in plaats van een open, droge vlakte. Hoewel de fossiele registratie van deze specifieke locatie te klein is om de exacte lay-out van het bos te reconstrueren, suggereert het bewijs sterk een bloeiend, groen ecosysteem.
Deze nieuwe ontdekking voegt meer toe dan alleen een lijst met namen aan een database; het biedt een duidelijker beeld van hoe het leven in westelijk Anatolië veranderde tijdens het vroege Mioceen. Door aan te tonen dat oudere soorten naast nieuwere soorten konden overleven, onthult de Harta 2-site dat de evolutie van deze kleine zoogdieren een geleidelijk en regionaal gevarieerd proces was. De onderzoekers benadrukken dat hoewel de locatie past binnen de gevestigde tijdlijn, het ook de unieke en gemengde aard van lokale fauna benadrukt, wat ons eraan herinnert dat de geschiedenis van het leven vaak geschreven is in overlappende hoofdstukken in plaats van in duidelijke, afzonderlijke pagina's. Door de zorgvuldige studie van deze kleine, gebroken tanden hebben het team de tijdlijn van de regio verfijnd en een blik geworpen op een verloren wereld die zowel vertrouwd als verschillend was van de wereld die volgde.
Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?
Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.