Perioperative outcomes for children with preoperative upper respiratory tract infection symptoms in elective non-cardiac surgery after COVID-19 pandemic at a large tertiary hospital in China: a retrospective cohort study
Deze retrospectieve cohortstudie bij kinderen die een electieve niet-cardiale chirurgie ondergingen in China vond dat hoewel symptomen van een bovenste luchtweginfectie vóór de operatie geassocieerd waren met een toename van respiratoire bijwerkingen bij het ontwaken en langere verblijfsduur in de verkoeverkamer in het post-COVID-19 tijdperk, deze risico's niet significant verhoogd waren in de pre-pandemische periode, wat suggereert dat de impact van een bovenste luchtweginfectie op perioperatieve uitkomsten wordt gemoduleerd door de temporele context van de pandemie.
Oorspronkelijk artikel gelicentieerd onder CC BY 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/). Dit is een AI-gegenereerde uitleg van het onderstaande artikel. Het is niet geschreven of goedgekeurd door de auteurs. Raadpleeg het oorspronkelijke artikel voor technische nauwkeurigheid. Lees de volledige disclaimer
Technische Samenvatting: Perioperatieve uitkomsten bij kinderen met preoperatieve URTI-symptomen in het post-COVID-19 tijdperk
Probleemstelling
Bovenste luchtweginfecties (URTI) zijn de belangrijkste oorzaak van annuleringen van pediatrische chirurgische ingrepen en zijn geassocieerd met een significant hogere incidentie van perioperatieve respiratoire adverse events (PRAE) vergeleken met kinderen zonder recente infecties. Hoewel richtlijnen aanbevelen om de chirurgie minimaal twee weken na het verdwijnen van de symptomen uit te stellen, heeft de opkomst van de COVID-19-pandemie, met name de Omikron-variant, het epidemiologische landschap van pediatrische luchtweginfecties veranderd. De studie adresseert een kritiek kennisgat: hoe de post-pandemische omgeving het perioperatieve risicoprofiel van kinderen met preoperatieve URTI-symptomen die een electieve niet-cardiale chirurgie ondergaan, beïnvloedt. Specifiek wordt onderzocht of het historisch geassocieerde extra chirurgische risico bij URTI standhoudt, verandert of is opgeheven in het post-COVID-19 tijdperk.
Methodologie
Deze retrospectieve cohortstudie werd uitgevoerd in het Tongji Hospital, een groot tertiair centrum in China, over de periode van 1 januari 2015 tot 31 december 2024. De onderzoekspopulatie bestond uit kinderen in de leeftijd van 0–12 jaar die een electieve niet-cardiale chirurgie ondergingen, waarbij kinderen met ernstige onderliggende aandoeningen, ASA fysieke status IV/V, of dagchirurgie-gevallen werden uitgesloten.
Het studieontwerp omvatte twee primaire vergelijkingskaders:
- Temporele vergelijking (S1 vs. S2): Kinderen met preoperatieve URTI-symptomen werden verdeeld in een pre-pandemische groep (S1: 2015–2019, n=213) en een post-pandemische groep (S2: 2020–2024, n=385).
- Risicobeoordeling (Symptomatisch vs. Asymptomatisch): Om het aan URTI toe te schrijven risico te isoleren, werden symptomatische kinderen (S1 en S2) gematcht met asymptomatische controles (C1 en C2) op basis van type chirurgie en jaar. Dit vormde twee cohorten: een pre-COVID-19 cohort (S1 + C1, n=852) en een post-COVID-19 cohort (S2 + C2, n=1.540).
URTI-symptomen werden klinisch gedefinieerd (neusverstopping, rhinorroe, niezen, keelontsteking, hoesten) op de dag van de operatie. De primaire uitkomst was postoperatieve complicaties, terwijl secundaire uitkomsten onder meer intraoperatieve en emergence respiratory adverse events (RAE), reoperatiesnelheden, verblijf in de PACU en de ligduur (LOS) omvatten.
De statistische analyse maakte gebruik van multivariabele logistische en lineaire regressiemodellen, aangepast voor covariaten zoals leeftijd, geslacht, BMI, pulmonale voorgeschiedenis, ASA-status en anesthesiedetails. Om selectiebias te beperken, werd 1:1 propensity score matching (PSM) met een caliper van 0,02 uitgevoerd om de baseline kenmerken tussen de groepen in evenwicht te brengen.
Belangrijkste Resultaten
- Impact van de pandemie op de URTI-incidentie: Het aandeel kinderen dat met preoperatieve URTI-symptomen presenteerde, nam post-pandemisch af (0,85% in S2 vs. 1,38% in S1), waarschijnlijk door verbeterde infectiebestrijdingsmaatregelen.
- Perioperatieve uitkomsten bij symptomatische kinderen (S1 vs. S2):
- Na multivariabele aanpassing vertoonde de S2-groep (post-pandemisch) een significant hogere incidentie van emergence RAE (OR 1,55, P=0,029) en een langere verblijfsduur in de PACU vergeleken met de S1-groep.
- Daarentegen vertoonde de S2-groep een significant kortere totale ligduur en postoperatieve ligduur (LOS).
- De reoperatiesnelheid was in de ongecorrigeerde analyses significant lager in de S2-groep, hoewel dit verschil niet statistisch significant was na multivariabele aanpassing.
- Aanvullend chirurgisch risico van URTI (Symptomatisch vs. Asymptomatisch):
- Pre-COVID-19 Cohort: Vóór matching hadden symptomatische kinderen (S1) significant hogere percentages emergence RAE en reoperaties vergeleken met asymptomatische controles (C1). Na multivariabele aanpassing bleven deze verschillen significant (Emergence RAE: OR 1,57, P=0,032; Reoperatie: OR 7,92, P=0,006). Echter, na PSM werden er geen significante verschillen waargenomen tussen S1 en C1 voor enige uitkomst.
- Post-COVID-19 Cohort: In de post-pandemische periode werden geen significante verschillen gevonden tussen symptomatische (S2) en asymptomatische (C2) kinderen met betrekking tot postoperatieve complicaties, intraoperatieve RAE, emergence RAE of reoperatiesnelheden, ongeacht of multivariabele aanpassing of PSM werd toegepast.
Belangrijkste Bijdragen
- Temporele verschuiving in het risicoprofiel: De studie levert bewijs dat de associatie tussen preoperatieve URTI-symptomen en ongunstige perioperatieve uitkomsten is verschoven in het post-COVID-19 tijdperk. Hoewel het absolute risico op emergence RAE toenam in de post-pandemische periode vergeleken met de pre-pandemische periode, werd het relatieve risico van URTI vergeleken met asymptomatische kinderen opgeheven in de post-COVID-19 cohort.
- Ontkoppeling van URTI en complicaties: De bevindingen suggereren dat in de post-pandemische context de aanwezigheid van milde URTI-symptomen niet onafhankelijk een hoger risico op postoperatieve complicaties of reoperaties voorspelt in vergelijking met asymptomatische leeftijdsgenoten, een contrast met de pre-pandemische data waar URTI een significante voorspeller was voor reoperatie.
- Inzichten voor klinisch beheer: De gegevens wijzen erop dat hoewel de rates van emergence RAE verhoogd zijn in het post-COVID-19 tijdperk (mogelijk door aanhoudende luchtweginflammatie of veranderde immuunresponsen), het postoperatief herstel (LOS) sneller verloopt en de noodzaak voor reoperatie niet wordt vergroot door URTI-symptomen.
Betekenis en Claims
De auteurs beweren dat de risico's geassocieerd met preoperatieve URTI niet statisch zijn, maar worden gemoduleerd door de baseline fysiologische status van het kind, anesthesiestrategieën en de temporele context van de pandemie. De studie suggereert dat het "excessieve risico" van URTI dat werd waargenomen in het pre-pandemische tijdperk, is opgeheven in het post-COVID-19 tijdperk.
Consequent pleit het artikel ervoor dat de klinische besluitvorming voor kinderen met preoperatieve URTI-symptomen moet verschuiven van rigide uitstelprotocollen naar individuele risicobeoordeling. De auteurs benadrukken dat URTI-symptomen alleen geen absolute risicofactoren zijn voor ernstige ongunstige uitkomsten in het huidige tijdperk. In plaats daarvan pleiten zij voor geoptimaliseerde perioperatieve beheersstrategieën, inclusioneel uitgebreide preoperatieve beoordeling (bijv. met behulp van het COLDS-score-systeem) en specifieke anesthesietechnieken (bijv. intranasale dexmedetomidine, LMA boven ETT waar gepast, en IV propofol inductie) om het verhoogde risico op emergence RAE in de post-pandemische periode te mitigeren.
De studie concludeert dat hoewel de pandemie het baseline risicolandschap heeft veranderd, wat leidde tot een hogere incidentie van emergence RAE bij symptomatische kinderen, het tegelijkertijd de discrepantie in postoperatief herstel en reoperatiesnelheden tussen symptomatische en asymptomatische kinderen heeft verminderd. Toekomstige grootschalige, multicenter studies worden aanbevolen om deze bevindingen te valideren en de impact van specifieke anesthesiebeheersingsbenaderingen verder te verkennen.
Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?
Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.