Consultation behavior regarding herbal medicine use among adults in Palestine: a cross- sectional study
Deze dwarsdoorsnedestudie onder 403 volwassenen op de Westelijke Jordaanoever onthult dat hoewel het gebruik van kruidengeneeskunde bijna universeel is (96,5%), voornamelijk voor spijsverterings- en luchtwegaandoeningen, een aanzienlijk deel van de gebruikers geen medische professionals raadpleegt, een gedrag dat sterk wordt voorspeld door de overtuiging dat kruidenmiddelen veiliger zijn dan conventionele medicijnen en door vertrouwen in de kennis van medische zorgverleners.
Oorspronkelijk artikel gelicentieerd onder CC BY 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/). Dit is een AI-gegenereerde uitleg van het onderstaande artikel. Het is niet geschreven of goedgekeurd door de auteurs. Raadpleeg het oorspronkelijke artikel voor technische nauwkeurigheid. Lees de volledige disclaimer
Technische Samenvatting: Consultatiegedrag met betrekking tot het gebruik van kruidengeneeskunde onder volwassenen in Palestina
Probleemstelling
Kruidengeneeskunde is diep geworteld in de culturele en historische tradities van Palestina en dient als een primaire gezondheidsbron voor een aanzienlijk deel van de bevolking. Ondanks het wijdverbreide gebruik blijven er aanzienlijke zorgen bestaan over de veiligheid, effectiviteit en integratie van deze middelen in de conventionele medische praktijk. Er bestaat een kritische kloof in de communicatie tussen patiënt en zorgverlener; individuen maken frequent gebruik van kruidenmiddelen zonder dit gebruik te melden aan gezondheidswerkers. Dit gebrek aan openheid vergroot het risico op interacties tussen kruiden en geneesmiddelen, bijwerkingen en ongepast zelfmedicatiegebruik. Hoewel eerdere studies in Palestina de prevalentie en etnofarmacologische aspecten van medicinale planten hebben gedocumenteerd, is er een beperkt begrip van de specifieke determinanten van consultatiegedrag—met name waarom patiënten ervoor kiezen om (of niet ervoor kiezen om) een gezondheidswerker te raadplegen voordat zij kruidenmiddelen gebruiken.
Methodologie
Deze studie maakte gebruik van een cross-sectioneel, webgebaseerd enquêteontwerp uitgevoerd in november 2025. De doelpopulatie bestond uit volwassenen van 18–64 jaar woonachtig in de Westelijke Jordaanoever, Palestina.
- Steekproef: Een gemakkelijke steekproefmethode (convenience sampling) werd gebruikt via online platforms, wat resulteerde in een uiteindelijke steekproef van 403 deelnemers.
- Instrument: Gegevens werden verzameld met behulp van een 24-vragen tellende, zelfbeheerde, gesloten vragenlijst. Het instrument, vertaald in het Arabisch, beoordeelde kennis, attitudes en praktijken (KAP) met betrekking tot kruidengeneeskunde, evenals communicatiepatronen met zorgverleners.
- Validatie: De vragenlijst werd getest bij 20 deelnemers (pilotstudie) en gevalideerd door drie experts in farmacie en klinisch onderzoek. Het vertoonde een goede interne consistentie (Cronbach's α gerapporteerd als XX in de tekst, hoewel de specifieke waarde in de bron is weggelaten).
- Analyse: Statistische analyse werd uitgevoerd met IBM SPSS Statistics versie 21. Beschrijvende statistiek vatte de gegevens samen. Associaties werden getest met Chi-kwadraattoetsen, en binaire logistische regressie werd gebruikt om onafhankelijke voorspellers van consultatiegedrag te identificeren. Variabelen werden gecodeerd om statistische kracht te waarborgen (bijv. leeftijdsgroepen, Likert-schalen).
Belangrijkste Resultaten
De studie onthulde een hoge prevalentie van het gebruik van kruidengeneeskunde en significante tekortkomingen in de klinische communicatie:
- Prevalentie: 96,5% van de deelnemers rapporteerde het gebruik van kruidengeneeskunde, primair voor spijsverteringsklachten (58,6%) en luchtwegaandoeningen (52,6%).
- Communicatiekloven: 43,2% van de deelnemers heeft nooit een gezondheidswerker (arts of apotheker) geraadpleegd voordat zij kruidenmiddelen gebruikten. Bovendien had 65,3% nooit het gebruik van kruidengeneeskunde met een arts besproken. Daartegenover stond dat 37,0% van de deelnemers aangaf dat zorgverleners nooit naar hun gebruik van kruidenmiddelen hadden gevraagd.
- Percepties en Overtuigingen: Een meerderheid (64,5%) geloofde dat kruidengeneeskunde minder bijwerkingen heeft dan conventionele medicijnen. Daarnaast geloofde 56,8% dat kruiden sneller werken dan conventionele geneesmiddelen.
- Bronnen en Drijvers: De primaire drijfveren voor gebruik waren waargenomen veiligheid (54,8%) en toegankelijkheid (49,9%). De meest voorkomende bronnen waren kruidenlieden (Attar) (66,3%) en familie/vrienden (46,4%).
- Voorspellers van Consultatie:
- Overtuigingen: Het geloof dat kruidengeneeskunde minder bijwerkingen heeft, was een significante onafhankelijke voorspeller van het niet raadplegen van een professional (OR = 1,604, p = 0,001).
- Perceptie van de Zorgverlener: Het waarnemen van gezondheidswerkers als deskundig was geassocieerd met consultatiegedrag (OR = 0,61, p = 0,027).
- Demografie: Leeftijd was significant geassocieerd met vertrouwen in sociale media en overtuigingen over bijwerkingen, maar leeftijd en geslacht waren geen significante voorspellers in het uiteindelijke regressiemodel voor consultatiegedrag.
Belangrijkste Bijdragen
- Kwantificering van de Communicatiekloof: De studie levert empirische gegevens die de kloof kwantificeren tussen gebruikers van kruidengeneeskunde en zorgverleners in de Westelijke Jordaanoever, waarbij wordt benadrukt dat de meerderheid van de gebruikers hun inname van kruidenmiddelen niet aan clinici meldt.
- Identificatie van Gedragsdeterminanten: Het identificeert specifieke cognitieve factoren—namelijk de overtuiging over de superieure veiligheid van kruiden en de perceptie van de deskundigheid van de zorgverlener—als belangrijke drijfveren die beïnvloeden of een patiënt professioneel advies zoekt.
- Bronmapping: Het onderzoek brengt de primaire kanalen in kaart waardoor Palestijnen toegang krijgen tot kruidengeneeskunde, waarbij de nadruk ligt op de afhankelijkheid van traditionele kruidenlieden en informele sociale netwerken boven klinisch advies.
Betekenis en Claims
Het artikel beweert dat het gebruik van kruidengeneeskunde alomtegenwoordig is onder volwassen Palestijnen, wat gepaard gaat met gevaarlijk lage percentages klinische communicatie. De auteurs stellen dat deze ontkoppeling aanzienlijke klinische risico's met zich meebrengt, met name onbewaakte interacties tussen kruiden en geneesmiddelen.
De studie stelt dat het verbeteren van de gezondheidsvaardigheden (health literacy), het versterken van de communicatie tussen patiënt en zorgverlener en het versterken van het toezicht op de regelgeving essentieel zijn om veilig gebruik van kruidengeneeskunde te bevorderen. Specifiek adviseren de auteurs:
- Publieke Gezondheidscampagnes: Om misconcepties over de inherente veiligheid van kruidenmiddelen te corrigeren.
- Klinische Integratie: Zorgverleners moeten proactief screenen op het gebruik van kruiden tijdens routinematige consulten, en ziekenhuizen moeten gestandaardiseerde documentatie van kruidengebruik opnemen in de opnameprotocollen.
- Regulering: Het Palestijnse Ministerie van Volksgezondheid moet strikter toezicht handhaven op kruidenwinkels door middel van verplichte licentiëring en kwaliteitscontrole.
De auteurs concluderen dat hoewel de studie cruciale inzichten biedt, deze beperkt wordt door mogheden voor recall-bias en social desirability-bias die inherent zijn aan zelfgerapporteerde gegevens, evenals een demografische steekproef die scheefgetrokken is naar jonge, vrouwelijke studenten met een medische achtergrond, wat de generaliseerbaarheid van de bevindingen naar het bredere Palestijnse publiek kan beperken.
Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?
Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.