We Share the Same Stars: Indigenous Principles of Science and Engineering for Earth and Space
Dit artikel behandelt het over het hoofd zien van hemelse dimensies in inheemse kennissystemen door vijf kernprincipes van inheemse wetenschap en techniek te formuleren die de relatie tussen de aarde en de ruimte herformuleren door middel van lokaliteit, verwantschap en ethisch rentmeesterschap, terwijl het waarschuwt tegen de extractieve toeëigening van deze tradities.
Oorspronkelijk artikel gelicentieerd onder CC BY 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/). Dit is een AI-gegenereerde uitleg van het onderstaande artikel. Het is niet geschreven of goedgekeurd door de auteurs. Raadpleeg het oorspronkelijke artikel voor technische nauwkeurigheid. Lees de volledige disclaimer
Al millennia lang kijken mensen naar de nachthemel, niet alleen om te verwonderen, maar om hun plaats in de wereld te begrijpen. Terwijl de moderne ruimtevaart vaak gericht is op raketten, satellieten en de fysica van verre sterrenstelsels, is er een ander soort wetenschap die al duizenden jaren door Inheemse Volkeren wordt beoefend. Dit kennissysteem staat niet los van het land; het is erin verweven. Het beschouwt de sterren, de bodem, de rivieren en de dieren niet als hulpbronnen om te gebruiken, maar als verwanten die begrepen moeten worden. In dit wereldbeeld is de hemel geen leegte die veroverd moet worden, maar een voortzetting van de Aarde, onderdeel van een enkel, levend web van relaties. Nu de mensheid zich voorbereidt om haar reikwijdte buiten onze planeet uit te breiden, naar de Maan en verder, rijst de vraag: kunnen we deze eeuwenoude wijsheid met ons meenemen? Kunnen we leren goede buren te zijn in de ruimte, net zoals Inheemse Volkeren hebben geleerd goede buren te zijn op Aarde?
Alvin Harvey, een Inheemse ingenieur en wetenschapper aan het Massachusetts Institute of Technology, stelt dat we dat kunnen, en dat we dat ook moeten. In zijn artikel, We Share the Same Stars: Indigenous Principles of Science and Engineering for Earth and Space, schetst Harvey een kader voor hoe wetenschap en techniek beoefend kunnen worden door een Inheemse lens. Hij suggereert niet dat Inheemse kennis een verzameling mythen of bijgeloof is. In plaats daarvan presenteert hij het als een rigoureus, getest systeem van wetten en relaties dat gemeenschappen al duizenden jaren in stand houdt. Het artikel stelt vijf kernprincipes voor die sturen hoe Inheemse volkeren het universum begrijpen, en suggereert dat dezezelfde principes essentieel zijn voor de toekomst van de ruimteverkenning.
Het eerste principe is het idee van Fundamentele Wetten. In de westerse wetenschap worden wetten vaak gezien als fysieke krachten zoals zwaartekracht of thermodynamica die bepalen hoe materie zich gedraagt. In de Inheemse wetenschap gaan wetten ook over verantwoordelijkheid. Elk element van de wereld, van een berg tot een ster, heeft zijn eigen patroon en zijn eigen rol. De wet van een rivier is om te stromen en te voeden; de wet van de sterren is om de tijd te markeren en reizen te begeleiden. Mensen staan niet boven deze wetten om ze te bevelen; zij staan binnen hen, met de plicht om de verantwoordelijkheden van elk ander deel van het systeem te respecteren. Voor een ingenieur betekent dit dat bij het ontwerpen van een nieuwe technologie niet alleen overwogen moet worden wat de machine kan doen, maar ook wat zij verschuldigd is aan het land, de mensen en de toekomstige generaties die met de gevolgen ervan zullen leven.
Dit leidt tot het tweede principe: het doel van het zoeken naar kennis. In veel moderne wetenschappelijke tradities is het doel vaak het ontdekken van feiten, het extraheren van data of het verkrijgen van controle over de natuur. Harvey betoogt dat voor Inheemse volkeren het doel van kennis is om te leren hoe men een goede verwant kan zijn. Het gaat niet om het uit elkaar halen van dingen om te zien hoe ze werken, maar om te begrijpen hoe men in harmonie met hen kan leven. Wanneer een Inheemse wetenschapper een steen bestudeert, analyseert hij niet alleen de chemische samenstelling; hij vraagt zich af hoe hij een relatie met die steen kan opbouwen. Dit verschuift de volledige focus van onderzoek van dominantie naar zorg. De vraag verandert van "Wat kan ik uit dit object halen?" naar "Hoe kan ik er goed mee samenleven?"
Het derde principe herdefinieert wat het betekent om levend te zijn. De westerse wetenschap definieert leven doorgaans aan de hand van biologische kenmerken, zoals het vermogen om te groeien, zich voort te planten of te evolueren. Onder deze definitie wordt een steen, de Maan of de lege ruimte tussen planeten als dood of inert beschouwd. Harvey presenteert een ander standpunt, geworteld in de filosofie van de Cherokee en andere Naties: leven is het vermogen tot verwantschap. Iets is levend als het verbonden is met het web van relaties dat het universum vormt. Een steen is levend omdat hij de herinnering aan de aarde vasthoudt, de stroom van water vormt en een rol speelt in ceremonies. De Maan is levend omdat zij de getijden beheerst en al duizenden jaren een gids is voor reizigers. Als leven wordt gedefinieerd door verbinding in plaats van biologie, dan is het hele universum, inclusief het vacuüm van de ruimte, vol verwanten die respect en zorg verdienen.
Dit brengt ons bij het vierde principe: de eenheid van Aarde en de ruimte. De westerse ruimteverkenning heeft de kosmos vaak behandeld als een apart rijk, een onbeschreven blad dat wacht om gevuld te worden. Deze mentaliteit heeft de weg vrijgemaakt voor het idee dat de ruimte een plek is waar regels van behoud niet van toepassing zijn, een plek voor extractie en expansie. Harvey stelt dat dit een gevaarlijke fout is. De Aarde en de hemel zijn één continu ecosysteem. Wat er in de ruimte gebeurt, heeft invloed op de Aarde, en wat er op de Aarde gebeurt, resoneert door in de ruimte. De sterren zijn geen verre objecten; ze zijn onderdeel van het "land" van de Inheemse volkeren, net zoals de bodem en de rivieren dat zijn. De ruimte behandelen als een aparte, levenloze leegte, is dezelfde fouten herhalen die de Aarde schade hebben toegebracht. In plaats daarvan zou de ruimte gezien moeten worden als een uitbreiding van de ecologie van de Aarde, die dezelfde ethiek van rentmeesterschap en hetzelfde respect vereist voor de wetten die alle relaties beheersen.
Het laatste principe is landgebaseerde epistemologie, wat simpelweg betekent dat kennis voortkomt uit het land. Voor Inheemse volkeren is het land niet alleen een plek waar zij leven; het is een bibliotheek, een leraar en een bewaker van de geschiedenis. De bergen bevatten instructies over hoe te besturen; de sterren bevatten gegevens over tijd en richting. Deze kennis wordt niet alleen in boeken of computers opgeslagen; zij wordt vastgehouden in de relatie tussen de mensen en de plek. Wanneer Inheemse volkeren de sterren bekijken vanuit hun specifieke thuislanden, zien zij een unieke kaart die hun leven leidt. Deze kennis is diep lokaal, maar zij is ook gedeeld. Inheemse volkeren hebben altijd over grote afstanden gereisd, handel gedreven en ideeën uitgewisseld, waarbij zij hun wetten en verhalen met zich meedroegen. Vandaag de dag betekent dit dat zelfs als mensen ontheemd zijn geraakt van hun voorouderlijke gronden, de sterren een constante verbinding blijven met hun kennis en hun identiteit.
Harvey voegt ook een waarschuwing toe, waarbij hij put uit de figuur van Coyote, een 'trickster'-karakter in veel Inheemse verhalen die leert door middel van fouten. Hij waarschuwt tegen de romantisering van Inheemse volkeren, en herinnert de lezer eraan dat Inheemse gemeenschappen complex en menselijk zijn, geen mystieke heiligen. Hij waarschuwt ook tegen de "tricksters" in moderne instituten die deze principes zouden kunnen overnemen, ze van hun betekenis beroven en ze voor eigen gewin gebruiken zonder werkelijk te luisteren of echte relaties op te bouken. Het artikel benadrukt dat deze principes niet simpelweg gekopieerd en geplakt kunnen worden; ze moeten geleefd en beoefend worden met nederigheid en een diepe toewijding aan het land.
Het artikel concludeert door deze vijf principes aan te bieden als een gids voor de toekomst. Het zijn geen checklists die blindelings gevolgd moeten worden, maar een reeks gedeelde sterren om doorheen te navigeren. Voor Inheemse wetenschappers en ingenieurs bieden deze principes een manier om hun volledige zelf aan hun werk te brengen, zonder dat zij hun kennissystemen bij de deur moeten achterlaten. Voor niet-Inheemse collega's bieden ze een pad naar een meer ethische en duurzame benadering van wetenschap en techniek. Terwijl de mensheid naar de sterren kijkt, suggereert het artikel dat de meest geavanceerde technologie die we met ons mee kunnen nemen, de wijsheid is van hoe men een goede verwant kan zijn. Door het universum te behandelen als een web van levende relaties in plaats van een verzameling hulpbronnen, kunnen we ervoor zorgen dat onze reis naar de ruimte er een is van heling en verbinding, in plaats van vernietiging. De sterren zijn er altijd geweest, kijkend en wachtend, herinnerend aan het feit dat we allemaal deel uitmaken van dezelfde familie, op de Aarde en daarbuiten.
Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?
Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.