Scholarship with Purpose following the National Strategy for Higher Education to 2030: HEI Executive Perspectives on Ernest Boyer’s Framework on Engagement.
Dit artikel onderzoekt de perspectieven van bestuurders van Ierse instellingen voor hoger onderwijs op de implementatie van engagement onder de National Strategy for Higher Education to 2030 via het kader van Ernest Boyer, waarbij wordt onthuld dat hoewel engagement strategisch prioriteit krijgt, er uitdagingen blijven bestaan in de definitie ervan, de meting ervan en de behoefte aan meer inclusieve, gecoördineerde benaderingen.
Oorspronkelijk artikel gelicentieerd onder CC BY 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/). Dit is een AI-gegenereerde uitleg van het onderstaande artikel. Het is niet geschreven of goedgekeurd door de auteurs. Raadpleeg het oorspronkelijke artikel voor technische nauwkeurigheid. Lees de volledige disclaimer
Technische Samenvatting: Scholarship with Purpose naar aanleiding van de National Strategy for Higher Education to 2030
Probleemstelling
Dit onderzoek adresseert een kritische lacune in de literatuur met betrekking tot de implementatie en evaluatie van de betrokkenheid (engagement) van instellingen voor hoger onderwijs (HEI's) in Ierland na de introductie van de National Strategy for Higher Education to 2030 (Department of Education and Skills, 2011). Hoewel de Strategie betrokkenheid formeel heeft gevestigd als een "derde pijler" naast onderwijs en onderzoek, merkt het artikel op dat betrokkenheid nog onvoldoende gedefinieerd, inconsistent gemeten en ontoereikend gefinancierd blijft. Bov�iment is er een tekort aan empirisch onderzoek naar hoe de directies van Ierse HEI's deze beleidsmandaten interpreteren en hoe zij het raamwerk van Ernest Boyer betreffende scholarship (ontdekking, integratie, toepassing en onderwijs) toepassen op hun institutionele strategieën. De studie beoogt de discrepantie te ontdekken tussen de strategische ambities voor betrokkenheid en de operationele realiteit waartoe het institutioneel management wordt geconfronteerd.
Methodologie
De studie maakte gebruik van een kwantitatieve en kwalitatieve enquête-methodologie gericht op het directiebestuur van alle publiek gefinancierde HEI's in Ierland (Universiteiten en Instituten voor Technologie).
- Instrument: Een vragenlijst ontworpen volgens de elfstapsbenadering van Cohen et al. (2018), bestaande uit gesloten en open vragen. Deze werd gepilot bij voormalige HEI-presidenten.
- Populatie: Leden van het directiebestuur die verantwoordelijk zijn voor betrokkenheid binnen hun instellingen.
- Steekproef: 186 vragenlijsten werden verspreid, wat resulteerde in 60 reacties (een responspercentage van 32,3%).
- Analyse: Kwantitatieve gegevens werden geanalyseerd met statistische methoden, inclusief t-tests en Chi-kwadraattesten van onafhankelijkheid om verschillen tussen Universiteiten en Instituten voor Technologie (IoT's) te onderzoeken. Kwalitatieve gegevens uit open vragen werden geanalyseerd middels thematische codering (Saldaña).
- Ethische overwegingen: De studie heeft volledige ethische goedkeuring ontvangen en alle deelnemers hebben geïnformeerde toestemming gegeven.
Belangrijkste Bijdragen en Bevindingen
Het onderzoek levert drie primaire bevindingen op met betrekking tot de staat van betrokkenheid in Ierse HEI's:
- Begrip van Betrokkenheid: Hoewel de meeste bestuurders over een goed begrip beschikken, is er geen consensus over de vraag of de National Strategy hun conceptualisering van de term heeft uitgebreid. Sommigen zien het als een codificatie van bestaande intuïtieve praktijken, terwijl anderen het zien als een versterking van huidige activiteiten. De definitie van betrokkenheid blijft breed en varieert van "transactioneel" tot "transformationeel".
- Implementatie en Prioritering: Er is een duidelijke voorkeur voor "toepassingsgerichte" betrokkenheid (bijv. industriële partnerschappen, ondernemingsontwikkeling) boven andere vormen.
- Prioriteiten: "Toepassing" is het dominante strategische doel en de waargenomen kracht.
- Gaten: "Integratie" (Boyer's scholarship van het verbinden van disciplines) was opvallend afwezig in de genoemde doelstellingen en waargenomen sterktes van de respondenten.
- Structurele Barrières: Bestuurders identificeerden aanzienlijke uitdagingen op het gebied van coördinatie, gegevensregistratie en middelenallocatie. Betrokkenheid wordt vaak gezien als een "bijzaak" (bolt-on) in plaats van een kernactiviteit, waarbij een gebrek is aan gecentraliseerde structuren om de "transactionele" aard van de huidige activiteiten te beheren.
- Evaluatie: Metrieken en verantwoordingsmechanismen zijn onderontwikkeld. Het artikel suggereert dat de huidige governance-structuren (financieringsprikkels, prestatieovereenkomsten) activiteiten met controleerbare, telbare outputs (toepassing) bevoordelen boven relationele of transformationele betrokkenheid.
- Relevantie van het Raamwerk van Boyer:
- Relevantie: Bestuurders zijn het over het algemeen eens over de relevantie van de vier vormen van scholarship van Boyer, met name de link tussen academische discipline en betrokkenheid.
- Spanning: Er bestaat een aanzienlijke spanning met betrekking tot de eis van Boyer dat betrokkenheid direct gekoppeld moet zijn aan het specialisme van een academicus. Terwijl sommigen beargumenteren dat dit essentieel is voor "scholarship", stellen anderen dat dit verouderd is en waardevolle niet-academische institutionele bijdragen (bijv. vrijwilligerswerk, MVO) uitsluit.
- Beloningssystemen: Ondanks de beleidsretoriek blijven promotie- en beloningssystemen zwaar scheefgetrokken naar onderzoeksoutput (ontdekking), waarbij betrokkenheid vaak wordt behandeld als "uiterlijk vertoon" (window dressing) in plaats van een kernmetriek voor loopbaancultuur.
Betekenis van het Onderzoek
Het artikel claimt relevantie voor zowel de nationale als de internationale context van het hoger onderwijs. Het benadrukt dat de kloof tussen de visie van de National Strategy en de feitelijke praktijk wordt gedreven door structurele, culturele en governance-factoren in plaats van een gebrek aan intentie.
Specifiek stelt de studie dat:
- Institutionele Identiteit: Betrokkenheid is niet louter een activiteit, maar een mechanisme waardoor institutionele identiteit wordt geconstrueerd en onderhandeld. De onzekerheid over de onderscheidbaarheid van opkomende Technologische Universiteiten is gekoppeld aan de manier waarop prioriteiten van betrokkenheid worden hervormd door externe beleidswijzigingen.
- Invloed van Governance: De dominantie van "toepassing" boven "integratie" is waarschijnlijk een rationele institutionele reactie op governance-arrangementen die zichtbare, controleerbare outputs belonen.
- Systemisch Falen: Het falen om de pluralistische visie van Boyer te realiseren (waarbij ontdekking, integratie, toepassing en onderwijs evenveel gewicht in de schaal leggen) weerspiegelt systemische tekortkomingen in middelenallocatie en beloningsstructuren, en niet slechts incidentele implementatieproblemen.
Het artikel concludeert dat voor betrokkenheid om een werkelijk kernmissie te worden, het ingebed moet zijn in de dagelijkse structuren, prikkels en cultuur van het institutionele leven, wat een verschuiving vereist van het beheren van betrokkenheid als een resultaat naar het erkennen ervan als constitutief voor het doel van de instelling.
Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?
Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.