Reactive Incorporation: Populist Boundary-Making, Civil Repair, and Muslim American Political Agency, 2015–2021
Dit artikel theoretiseert "reactieve incorporatie" als een mechanisme binnen de burgerlijke sfeer waarmee Amerikaanse moslims tussen 2015 en 2021 uitsluitende populistische grensafbakening aanvochten door gebruik te maken van electorale, juridische en burgerlijke instituties om hun status als rechtendragende leden van de nationale gemeenschap op te eisen.
Oorspronkelijk artikel gelicentieerd onder CC BY 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/). Dit is een AI-gegenereerde uitleg van het onderstaande artikel. Het is niet geschreven of goedgekeurd door de auteurs. Raadpleeg het oorspronkelijke artikel voor technische nauwkeurigheid. Lees de volledige disclaimer
In de studie naar hoe samenlevingen zichzelf bij elkaar houden, bestaat een langgevestigd idee dat een natie niet alleen wordt gedefinieerd door haar wetten, maar ook door een gedeeld gevoel van wie er wel en wie er niet bij hoort. Wanneer een politieke beweging aan de macht komt door te beweren dat een specifieke groep mensen gevaarlijk of vreemd is, probeert zij een scherpe lijn rond de gemeenschap te trekken, waarbij die groep naar de buitenkant wordt geduwd. Dit wordt vaak grensbepaling (boundary-making) genoemd. In een gezonde democratie zijn de instituties die de publieke sfeer vormen — de rechtbanken, het stemrecht en de mogelijkheid om organisaties te vormen — echter bedoeld om open te staan voor iedereen, zelfs voor hen die als buitenstaanders zijn bestempeld. De vraag die onderzoekers stellen is wat er gebeurt wanneer een groep officieel als "onbeschaafd" of als een bedreiging voor de natie wordt gemarkeerd, terwijl het systeem dat hen uitsluit tegelijkertijd open genoeg blijft voor hen om terug te vechten. Blijft het label plakken, of kan de doelgroep de instrumenten van het systeem zelf gebruiken om te bewijzen dat zij er wel bij horen?
Dit artikel onderzoekt een specifieke zesjarige periode in de Verenigde Staten, van 2015 tot 2021, om te zien hoe Amerikaanse moslims reageerden toen zij herhaaldelijk als de vijand werden aangewezen in een populistische politieke campagne. De studie richt zich op een tijdperk waarin een presidentiële kandidaat, en later de president, opriep tot een verbod op het binnenkomen van moslims in het land, een beleid dat uiteindelijk via uitvoerende bevelen werd ingevoerd. De onderzoekers wilden weten of deze intense druk zou leiden tot een terugtrekking van de gemeenschap uit het publieke leven, zoals sommige theorieën over discriminatie voorspellen, of dat het een andere soort reactie zou uitlokken. Door naar verkiezingsgegevens, rechtszaken en de groei van gemeenschapsorganisaties te kijken, stelt de studie vast dat de gemeenschap zich niet terugtrok. In plaats daarvan gebruikten zij de rechtbanken, de stembus en hun eigen gemeenschapsnetwerken om een massale, gecoördineerde reactie te organiseren. De auteur noemt dit proces "reactieve incorporatie" (reactive incorporation), een manier om te beschrijven hoe een groep die naar de rand is geduwd, de instituties van de democratie gebruikt om terug te vechten en haar plaats in het nationale verhaal op te eisen.
Het verhaal begint met een politieke strategie die de natie in drie delen verdeelt: het zuivere volk, een corrupte elite die hen beschermt, en een gevaarlijke derde groep die hen bedreigt. In dit specifieke tijdperk werd deze derde groep geïdentificeerd als Amerikaanse moslims. De politieke retoriek schilderde hen af als een veiligheidsrisico en een culturele buitenstaander, onverenigbaar met de Amerikaanse identiteit. Dit was niet slechts woorden; het werd beleid toen de overheid bevelen uitvaardigde die de reis beperkten vanuit verschillende door de islam gedomineerde landen. De verwachting in sommige sociale wetenschappelijke theorieën is dat wanneer een groep op deze manier wordt behandeld, zij bang worden, zich verschuilen en stoppen met deelnemen aan de samenleving. De gegevens uit deze periode vertellen echter een ander verhaal. Hoewel het waar is dat veel individuen zich onveilig voelden en publieke ruimtes vermeden, verdween de gemeenschap als geheel niet van het politieke toneel. In plaats daarvan fungeerde de uitsluiting als een katalysator, die de gemeenschap ertoe aanzette om met een nieuwe intensiteit en helderheid te organiseren.
Het eerste teken van deze reactie verscheen in de stemhokjes. Vóór de hoogtepunt van de uitsluitende retoriek was er een aanzienlijk gat tussen hoeveel kiesgerechtigde moslims in Amerika beweerden te willen stemmen en hoeveel er daadwerkelijk geregistreerd waren om dat te doen. In 2016 was zestig procent van de kiesgerechtigden geregistreerd, terwijl achtentig-één procent aangaf van plan te zijn te gaan stemmen. Tegen 2020, na jaren van politieke targeting, was het registratiepercentage gestegen naar achtenzeventig procent, en het gat tussen intentie en actie was bijna verdwenen. Dit ging niet alleen over het invullen van formulieren. Dezelfde enquêtes toonden aan dat moslims in Amerika deelnamen aan campagnestemmen en bij bijeenkomsten in town halls aanwezig waren op een tempo dat dat van andere religieuze groepen evenaarde of zelfs overtrof. Op het hoogste politieke niveau zagen de verkiezingen van 2018 een historische toename van moslimkandidaten die een zetel wonnen, inclusie de eerste Palestijnse Amerikaan en de eerste Somalische Amerikaan die in het Congres werden gekozen. Deze overwinningen waren niet enkel persoonlijke successen; ze waren een publieke verklaring dat de mensen die als buitenstaanders werden bestempeld, in feite legitieme vertegenwoordigers van de natie waren.
Terwijl kiezers naar voren stapten, stapten juristen de rechtszaal binnen. De juridische strijd tegen het reisverbod werd een centraal strijdtoneel voor deze reactie. Organisaties die moslims en Arabische Amerikanen vertegenwoordigden, spanden rechtszaken aan tegen de overheidsbevelen, met het argument dat de verboden ongrondwettelijk waren omdat ze discrimineerden op basis van religie. Hoewel het Hooggerechtshof het reisverbod uiteindelijk in 2018 in stand hield, bereikte de juridische strijd zelf iets belangrijks. Het dwong de overheid om haar daden in de rechtbank te verdedigen, waardoor een politieke slogan veranderde in een juridisch debat over rechten en eerlijkheid. Gedurende dit hele proces presenteerden de eisers en hun advocaten de moslims in Amerika niet als veiligheidsdreigingen, maar als rechtenhebbende burgers die recht hebben op gelijke bescherming onder de wet. Het juridische systeem, dat de uitsluitende politiek probeerde te omzeilen, werd het podium waarop de gemeenschap haar status opeiste. De strijd eindigde niet in een totale overwinning op het beleid, maar slaagde erin de vraag van toebehoren levend te houden in het publieke dossier en in de rechtbanken.
Naast de stembus en de rechtszaal bouwde de gemeenschap een sterkere infrastructuur van organisaties en coalities op. Groepen die al vóór de politieke crisis bestonden, breidden hun bereik uit door nieuwe allianties te vormen en campagnes te creëren die specifiek waren ontworpen om het verbod te bestrijden. Eén grote coalitie, genaamd "No Muslim Ban Ever", groeide in slechts enkele jaren van ongeveer honderd ondersteunende organisaties naar meer dan tweehonderd. Deze groepen deden meer dan alleen protesteren; zij documenteerden duizenden incidenten van vooroordelen, boden juridische hulp en organiseerden acties voor kiezersregistratie in moskeeën door het hele land. Enquêtes onder moskeeën toonden aan dat het aantal van deze religieuze centra dat kiezersregistratie-evenementen organiseerde, tijdens deze periode aanzienlijk steeg. Deze groei in burgerorganisatie betekende dat de gemeenschap over een duurzame structuur beschikte om haar leden te ondersteunen, waardoor een moment van crisis werd omgezet in een langetermijncapaciteit voor politieke actie.
De studie concludeert dat dit patroon van reactie een structurele grens onthult in de wijze waarop uitsluitend populisme werkt binnen een constitutionele democratie. De politieke beweging slaagde erin een symbolische lijn te trekken die de Amerikaanse moslims buiten de cirkel van "het volk" plaatste, maar zij kon de deur niet sluiten voor de instituties die burgers in staat stellen die lijn te betwisten. De gemeenschap gebruikte de rechtbanken, de stem en hun eigen organisaties om de uitsluiting te beantwoorden met een krachtige, georganiseerde aanwezigheid. Dit betekent niet dat de discriminatie verdwenen is of dat de gemeenschap geen schade heeft geleden; de gegevens tonen aan dat incidenten van vooroordelen toenamen en dat veel individuen angst voelden. Echter, de politieke reactie was niet een van stilte of terugtrekking. Het was een actieve, meerfrontale inspanning om het verhaal over wie erbij hoort te herschrijven. Het onderzoek suggereert dat wanneer een doelgroep toegang heeft tot deze democratische instrumenten, zij de druk van uitsluiting kunnen transformeren tot een kracht voor georganiseerde politieke agency, waarmee zij bewijzen dat de grenzen van een natie niet worden vastgesteld door een enkele politieke beweging, maar voortdurend worden onderhandeld door de mensen die erin leven.
Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?
Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.