← Nieuwste papers
📄 agriculture

Growing local and circular: The potential of peri-urban agriculture in reducing imports and environmental impacts

Met behulp van een levenscyclusanalyse van de Metropolitane Regio Barcelona toont deze studie aan dat peri-urbane landbouw de ecologische voetafdruk van lokale voedselproductie aanzienlijk kan verkleinen in vergelijking met import, mits circulaire nutriëntenstrategieën worden toegepast op gewassen die hun geïmporteerde tegenhangers inherent overtreffen.

Oorspronkelijke auteurs: Juan David Arosemena, Susana Toboso-Chavero, Jeroen Guinée, Angelica Mendoza Beltran, Gara Villalba

Gepubliceerd 2026-08-22
📖 6 min leestijd🧠 Diepgaand

Oorspronkelijke auteurs: Juan David Arosemena, Susana Toboso-Chavero, Jeroen Guinée, Angelica Mendoza Beltran, Gara Villalba

Oorspronkelijk artikel gelicentieerd onder CC BY 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/). Dit is een AI-gegenereerde uitleg van het onderstaande artikel. Het is niet geschreven of goedgekeurd door de auteurs. Raadpleeg het oorspronkelijke artikel voor technische nauwkeurigheid. Lees de volledige disclaimer

Steden worden steeds afhankelijker van voedsel dat ver weg wordt verbouwd en over oceanen en continenten wordt verscheept om de schappen in supermarkten te bereiken. Deze lange reis heeft een zware ecologische tol, van de brandstof die tijdens het transport wordt verbrand tot de energie die wordt gebruikt voor verwarmde kassen. Toch zijn veel steden omringd door land dat voedsel zou kunnen verbouwen, ook wel peri-stedelijke landbouw genoemd. Het idee om voedsel dichter bij huis te verbouwen gaat niet alleen over het verminderen van transport; het gaat ook over hoe dat voedsel wordt gevoed. Traditionele landbouw leunt vaak op synthetische meststoffen gemaakt van niet-hernieuwbare bronnen, die water en lucht kunnen vervuilen. Een nieuwere aanpak suggereert het gebruik van nutriënten die al aanwezig zijn in de stad, zoals gecomposteerd voedselafval of mineralen die uit afvalwater worden teruggewonnen, om deze lokale gewassen te voeden. Deze methode, een circulaire nutriëntenstrategie genoemd, heeft als doel om het afval van een stad om te zetten in de eigen meststof, waardoor de cirkel tussen consumptie en productie wordt gesloten. De vraag waar onderzoekers zich al lang over debatteren is of deze lokale, circulaire aanpak daadwerkelijk een beter milieuresultaat biedt dan het importeren van voedsel van verre, conventionele boerderijen, of dat de uitdagingen van lokale productie de voordelen van kortere toeleveringsketens overstijgen.

Een team van onderzoekers ging op zoek naar een antwoord op deze vraag door te kijken naar het Metropolitan Area van Barcelona, een regio met een populatie van 3,4 miljoen mensen. Ze wilden weten hoeveel fruit en groenten het gebied voor zichzelf kon verbouwen, en of het beter zou zijn voor de planeet als ze lokaal afval zouden gebruiken om die gewassen te voeden, dan door voedsel van elders te kopen? Om dit te ontdekken, hebben ze niet simpelweg geraden; ze bouwden een gedetailleerd model dat elke stap van het proces volgde, van het moment dat een zaadje wordt geplant of een vrachtwagen een verre boerderij verlaat, tot aan de poort van de groothandel. Ze vergeleken gewassen die lokaal in open velden werden verbouwd met gewassen die werden geïmporteerd uit andere delen van Spanje en daarbuiten, en ze testten verschillende manieren om de lokale gewassen te bemesten, inclusief het gebruik van compost van voedselresten, mineralen teruggewonnen uit afvalwater en versnipperde boomtakken.

De resultaten onthulden een scherpe realiteit over de huidige staat van het voedsel in de stad. Ondanks het hebben van duizenden hectares landbouwgrond, produceert het Barcelona-gebied slechts een fractie van het voedsel dat zijn inwoners eten. De onderzoekers berekenden dat de regio jaarlijks ongeveer 47.000 ton fruit en groenten verbouwt, maar de populatie consumeert ongeveer 650.000 ton. Dit betekent dat het gebied slechts ongeveer 7 procent zelfvoorzienend is, en zwaar leunt op import voor het overgrote deel van hun verse producten. De meest geconsumeerde artikelen, zoals aardappelen, appels en watermeloenen, worden bijna volledig geïmporteerd, waarbij de lokale productie slechts een klein deel van de vraag dekt. Zelfs voor gewassen die lokaal worden verbouwd, zoals tomaten en uien, is de geproduceerde hoeveelheid veel minder dan wat nodig is om de bevolking te voeden.

Toen de onderzoekers de milieu-impact van lokale gewassen vergeleken met geïmporteerde gewassen, ontdekten ze dat het lokaal verbouwen van voedsel over het algemeen minder schade toebracht aan het milieu, maar met belangrijke uitzonderingen. Voor groenten zoals tomaten, paprika's en sla was lokale productie aanzienlijk beter, waarbij het milieu-effect vaak met wel 94 procent werd verminderd in vergelijking met import. De belangrijkste reden voor dit voordeel was dat de geïmporteerde groenten vaak afkomstig waren uit verwarmde kassen, die enorme hoeveelheden energie vereisen, terwijl de lokale gewassen in open velden met de bodem werden verbouwd. Echter, het verhaal was anders voor fruit. Lokaal fruit had soms een hogere milieu-impact dan geïmporteerd fruit, met name wat betreft waterverbruik en vervuiling van de oceanen, grotendeels omdat de lokale boerderijen nog steeds zwaar leunden op synthetische meststoffen en waterintensieve praktijken.

De studie testte vervolgens of het gebruik van circulaire nutriënten de lokale landbouw nog beter kon maken. Ze simuleerden scenario's waarin lokale boeren synthetische meststoffen vervingen door compost van stedelijk voedselafval, mineralen teruggewonnen uit afvalwater, of versnipperde snoeiafval van stadsbomen. De bevindingen toonden aan dat deze circulaire strategieën de milieuprestaties van lokale gewassen verbeterden. Het gebruik van compost van voedselafval verminderde bijvoorbeeld de impact op watervervuiling en klimaatverandering, omdat het de noodzaak om dat afval op stortplaatsen te behandelen verminderde en de energie-intensieve productie van synthetische meststoffen verving. Het direct in de bodem gebruiken van versnipperde boomtakken was bijzonder effectief bij het verminderen van koolstofemissies, omdat de takken koolstof in de grond opslaan. Deze voordelen kwamen echter met een prijs. Het proces van het terugwinnen van mineralen uit afvalwater vereiste chemicaliën die de schaarste van minerale hulpbronnen vergrootten en de vervuiling van zoet water verhoogden. Evenzo vereiste het versnipperen van grote hoeveelheden boomtakken energie en machines die bepaalde soorten vervuiling verhoogden.

Cruciaal was dat de onderzoekers ontdekten dat het totale voordeel voor de stad volledig afhing van hoeveel voedsel er daadwerkelijk lokaal werd verbouwd. Zelfs wanneer de lokale circulaire methoden zeer efficiënt waren op basis van per kilogram, bleven de totale milieuvoordelen voor de stad klein omdat de lokale productie slechts een minuscuul deel van de totale vraag bevredigde. Voor gewassen waarbij de lokale aanvoer hoog was, zoals perziken, kon het overstappen op snoeiafval als meststof de totale koolstofvoetafdruk van de stad met wel 3�percent verminderen. Voor andere gewassen zoals tomaten was de reductie van mariene eutrofiëring rond de 26 procent. Maar voor gewassen waarbij de lokale aanvoer verwaarloosbaar was, zoals appels en paprika's, was de totale reductie over het algemeen lager dan 1 procent, ongeacht hoe efficiënt de lokale landbouw was. Dit suggereert dat het simpelweg verbeteren van lokale landbouwtechnieken niet genoeg is; de stad moet ook het landgebruik voor voedselproductie uitbreiden om een echt verschil te maken.

De studie concludeert dat hoewel peri-stedelijke landbouw het potentieel heeft om een krachtig instrument voor duurzaamheid te zijn, het succes ervan afhangt van een combinatie van factoren. Lokale gewassen moeten worden verbouwd op manieren die energie-intensieve infrastructuur, zoals verwarmde kassen, vermijden, en ze moeten worden gecombineerd met bemestingsmethoden die de nadelige effecten minimaliseren. Bovendien worden de milieuwinsten van circulaire nutriëntenstrategieën pas gerealiseerd als de lokale productiecapaciteit groot genoeg is om een aanzienlijk deel van de import te vervangen. Voor het gebied van Barcelona, en waarschijnlijk voor veel andere steden, ligt de weg vooruit niet alleen in betere landbouwmethoden, maar ook in een gecoördineerde inspanning om het beschikbare land voor landbouw uit te breiden en de afvalbeheersystemen af te stemmen op de behoeften van lokale boeren. Zonder de schaal van de lokale productie te vergroten, zullen de milieuvoordelen van het dichter bij huis verbouwen van voedsel beperkt blijven, hoe circulair het systeem ook wordt.

Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?

Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.

Probeer Digest →