← Nieuwste papers
📄 social_science

Empowering Academic Leaders: Investigating the influences of Psychological Empowerment, Work Engagement, and Well-Being with Emotional Intelligence as a Mediator

Deze studie onder 384 Nepalese leraren onthult dat psychologische empowerment, werkbetrokkenheid en welzijn de effectiviteit van academisch leiderschap significant versterken, waarbij emotionele intelligentie deze relaties gedeeltelijk medieert, wat daarmee het belang van geïntegreerde ontwikkelingsprogramma's in educatieve contexten benadrukt.

Oorspronkelijke auteurs: Pramila Pudasaini Thapa, Prakash Sharma

Gepubliceerd 2026-08-25
📖 1 min leestijd☕ Koffiepauze-leesvoer

Oorspronkelijke auteurs: Pramila Pudasaini Thapa, Prakash Sharma

Oorspronkelijk artikel gelicentieerd onder CC BY 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/). Dit is een AI-gegenereerde uitleg van het onderstaande artikel. Het is niet geschreven of goedgekeurd door de auteurs. Raadpleeg het oorspronkelijke artikel voor technische nauwkeurigheid. Lees de volledige disclaimer

Technische Samenvatting: Het versterken van Academisch Leiderschap in Nepal

Probleemstelling
Hoewel het belang van Psychologische Empowerment (PE), Welzijn (WB) en Werknemengagement (WE) voor effectief academisch leiderschap stevig verankerd is in de wereldwijde literatuur, is er een gebrek aan bewijs met betrekking tot deze dynamieken in ontwikkelingslanden, specifiek in Nepal. Bovendien zijn de specifieke mechanismen waarmee Emotionele Intelligentie (EI) de relatie tussen deze psychologische hulpbronnen en Academische Leiderschapseffectiviteit (ALE) beïnvloedt, nog onvoldoende onderzocht. Deze studie adresseert de kloof in het begrip van hoe deze constructen binnen de Nepalese onderwijscontext met elkaar samenhangen en onderzoekt of EI dient als een mediator in het vertalen van psychologische hulpbronnen naar leiderschapscapaciteiten.

Methodologie
De studie maakte gebruik van een positivistisch, cross-sectioneel onderzoeksontwerp.

  • Steekproef: Gegevens werden verzameld uit 384 geldige reacties op 680 verspreide enquêtes. De deelnemers waren onderwijzers uit 123 instellingen die verbonden zijn aan de Purbanchal University, voornamelijk gevestigd in de regio Kathmandu. De steekproef bestond grotendeels uit vrouwelijke respondenten (84,9%) met de meerderheid in de leeftijd tussen 31 en 50 jaar. Opvallend genoeg had 85,5% van de deelnemers geen voorafgaande training in emotionele intelligentie ontvangen.
  • Instrumenten: Een 5-punts Likert-schaal werd gebruikt om vijf kernconstructen te meten:
    • Psychologische Empowerment (10 items, aangepast van Wagner et al., 2010).
    • Welzijn (5 items, aangepast van Marsh et al., 2020).
    • Werknemengagement (4 items, aangepast van Shimazu et al., 2008).
    • Emotionele Intelligentie (10 items, aangepast van Srivastava et al., 2011).
    • Academische Leiderschapseffectiviteit (10 items, aangepast van Mathieu et al., 2006).
  • Analyse: De gegevens werden geanalyseerd met behulp van SPSS 23 en SmartPLS 4.0 (Partial Least Squares Structural Equation Modeling). De studie verifieerde de betrouwbaarheid (Cronbach's alfa variërend van 0,729 tot 0,933), constructvaliditeit (KMO > 0,689, Bartlett's Test p < 0,001) en discriminante validiteit (HTMT- en Fornell-Larcker-criteria).

Belangrijkste Bijdragen en Resultaten
De studie testte zes hypothesen gebaseerd op Zelfbeschikkingstheorie (SDT), waarbij directe effecten en de mediërende rol van Emotionele Intelligentie werden onderzocht.

  1. Directe Effecten op Academische Leiderschapseffectiviteit (ALE):

    • H1: Psychologische Empowerment heeft een significante positieve invloed op ALE (β=0,210,p=0,010\beta = 0,210, p = 0,010).
    • H2: Welzijn heeft een significante impact op ALE (β=0,180,p=0,034\beta = 0,180, p = 0,034).
    • H3: Werknemengagement beïnvloedt ALE significant (β=0,152,p=0,031\beta = 0,152, p = 0,031).
    • Model Fit: Het structurele model vertoonde een matige voorspellende kracht, waarbij PE, WB en WE 32,3% van de variantie in ALE verklaarden (R2=0,323R^2 = 0,323).
  2. Mediërende Rol van Emotionele Intelligentie:

    • H4: EI medieert de relatie tussen PE en ALE gedeeltelijk.
    • H5: EI medieert de relatie tussen WB en ALE gedeeltelijk.
    • H6: EI medieert de relatie tussen WE en ALE gedeeltelijk.
    • Bevindingen: Alle mediatiehypothesen werden ondersteund. EI fungeert als een significante route, waarbij verbeteringen in PE, WB en WE de EI versterken, wat op zijn beurt de leiderschapseffectiviteit versterkt. Specifiek verklaren PE en WB 36,5% van de variantie in EI (R2=0,365R^2 = 0,365). EI zelf heeft een direct positief effect op ALE (β=0,207,p=0,009\beta = 0,207, p = 0,009).

Significantie en Claims
De auteurs stellen dat dit onderzoek empirisch bewijs levert dat de ontwikkeling van academisch leiderschap in Nepal (en potentieel vergelijkbare ontwikkelingscontexten) zich niet uitsluitend moet richten op pedagogische vaardigheden, maar doelbewust de cultivering van psychologische hulpbronnen (PE, WB, WE) en emotionele competentie moet integreren.

  • Theoretische Significantie: De studie breidt de toepassing van de Zelfbeschikkingstheorie in academisch leiderschap uit door aan te tonen dat EI een kritische, zij het gedeeltelijke, mechanisme is waardoor psychologische empowerment en welzijn vertaald worden naar effectief leiderschap. Het benadrukt dat emotioneel bewust leiderschap essentieel is voor het omzetten van interne psychologische hulpbronnen in tastbare organisatorische resultaten.
  • Praktische Significantie: De bevindingen suggereren dat institutionele beleidsregels en professionele ontwikkelingsprogramma's het volgende moeten prioriteren:
    • Het welzijn en de psychologische empowerment van onderwijzers prioriteren.
    • Emotionele Intelligentie-training opnemen in curricula voor leiderschapsontwikkeling.
    • EI en psychologische factoren overwegen bij wervings- en selectieprocessen voor academische leiders.
    • Mentorschapsprogramma's opzetten om leiders te ondersteunen bij het beheren van de complexe eisen van de onderwijsomgeving.

Beperkingen en Reikwijdte
De auteurs merken expliciet op dat de generaliseerbaarheid van de studie beperkt wordt door het cross-sectionele karakter en de beperking tot een specifieke steekproef in Nepal. Bijgevolg roept het artikel op tot longitudinaal en cross-cultureel onderzoek om te bevestigen of deze patronen standhouden in andere onderwijs- en organisatiecontexten. De studie stelt geen nieuwe experimentele interventies voor, maar adviseert eerder dat bestaande ontwikkelingsprogramma's worden aangepast om de geïdentificeerde psychologische en emotionele competenties op te nemen.

Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?

Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.

Probeer Digest →