The Impact of Nomophobia Levels on Sleep Quality Among Medical Students
Deze studie onder 307 medische studenten onthult dat hoewel bijna alle deelnemers nomofobie ervaren en meer dan twee derde lijdt aan een slechte slaapkwaliteit, specifieke met nomofobie gerelateerde angsten in plaats van de algemene score de slaaphygiëne significant verstoren, wat de noodzaak voor institutionele digitale detox en slaapeducatie-interventies benadrukt.
Oorspronkelijk artikel gelicentieerd onder CC BY 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/). Dit is een AI-gegenereerde uitleg van het onderstaande artikel. Het is niet geschreven of goedgekeurd door de auteurs. Raadpleeg het oorspronkelijke artikel voor technische nauwkeurigheid. Lees de volledige disclaimer
Technische Samenvatting: De Impact van Nomofobie-niveaus op de Slaapkwaliteit onder Medische Studenten
Probleemstelling
De studie behandelt de groeiende prevalentie van nomofobie (de angst om zonder mobiele telefoon te zijn) en de potentiële nadelige effecten daarvan op de slaapkwaliteit onder medische studenten. Hoewel smartphones integraal zijn aan het moderne onderwijs en communicatie, is hun ongecontroleerde gebruik gekoppeld aan aandachtstekort, psychologische problemen en verstoorde circadiane ritmes door blootstelling aan blauw licht. De auteurs stellen dat de angst die gepaard gaat met smartphone-ontbering de slaaphygiëne ernstig kan compromitteren, wat leidt tot vermoeidheid en verminderde concentratie, maar de specifieke relatie tussen nomofobie-niveaus en slaapprofielen in de stressvolle omgeving van de medische opleiding vereist verder onderzoek.
Methodologie
Deze prospectieve, beschrijvende en dwarsdoorsnede-studie werd uitgevoerd aan de Muğla Sıtkı Koçman Universiteit Faculteit Geneeskunde in Turkije.
- Deelnemers: Een gestratificeerde willekeurige steekproef van 307 vrijwillige medische studenten (Jaar 1–6) werd geselecteerd uit een totale populatie van 1.338. De inclusiecriteria vereisten dat deelnemers ten minste 18 jaar oud waren, actieve smartphonegebruikers waren en de enquête volledig hadden ingevuld. Exclusiecriteria omvatten gediagnosticeerde slaapstoornissen of regelmatig gebruik van medicatie/aandoeningen die slaappatronen beïnvloeden.
- Gegevensverzameling: Gegevens werden gedurende twee maanden digitaal verzameld via Google Forms met behulp van drie instrumenten:
- Sociodemografisch Formulier: Beoordeelde leeftijd, geslacht, jaar, levensstijlgewoonten (roken, alcohol), woonomstandigheden en smartphonegebruikpatronen.
- Pittsburgh Sleep Quality Index (PSQI): Een gevalideerde Turkse schaal die de slaapkwaliteit over de afgelopen maand evalueert over zeven componenten (subjectieve kwaliteit, latentie, duur, efficiëntie, verstoringen, medicijngebruik, dagelijkse disfunctie). Een globale score >5 duidt op "slechte slaapkwaliteit."
- Nomofobie Vragenlijst (NMP-Q): Een 20-items schaal die angstniveaus met betrekking tot smartphone-ontbering meet, gecategoriseerd in vier subschalen: onvermogen om toegang te krijgen tot informatie, het verliezen van verbondenheid, onvermogen om te communiceren en het opgeven van gemak.
- Statistische Analyse: Gegevens werden geanalyseerd met behulp van IBM SPSS 27.0. Beschrijvende statistiek, onafhankelijke t-testen, ANOVA, correlatieanalyses (Spearman) en multivariabele binaire logistische/meervoudige lineaire regressiemodellen werden toegepast om risicofactoren en relaties te identificeren. Significantie werd vastgesteld op p < 0,05.
Belangrijkste Resultaten
- Prevalentie: Nomofobie werd gedetecteerd bij 99,3% van de deelnemers, waarbij 47,2% matige niveaus vertoonde en 13,7% ernstige niveaus. Slechts 0,7% vertoonde geen nomofobie. Wat betreft de slaap werd 68,1% van de studenten geclassificeerd als hebbende een slechte slaapkwaliteit.
- Demografische en Gedragsmatige Risicofactoren:
- Geslacht: Vrouwelijke studenten hadden significant hogere totale nomofobie-scores en een slechtere slaapkwaliteit (PSQI) vergeleken met mannen.
- Roken: Rokers vertoonden een significant slechtere slaapkwaliteit (PSQI gemiddelde 8,0 vs. 7,0) en een 2,18 keer hoger risico op slechte slaapkwaliteit in de regressieanalyse. Paradoxaal genoeg hadden rokers lagere totale nomofobie-scores dan niet-rokers.
- Smartphonegebruik: Een langere dagelijkse duur van smartphonegebruik was een significante risicofactor voor slechte slaapkwaliteit (OR=1,172 per eenheid toename) en correleerde positief met de totale nomofobie-scores.
- Academisch Jaar: Tweedejaars studenten rapporteerden significant hogere angst met betrekking tot "onvermogen om toegang te krijgen tot informatie" en "het verliezen van verbondenheid" vergeleken met andere jaren.
- Slaapkenmerken: De mediane dagelijkse smartphonegebruik was 5,0 uur. Hoewel de gemiddelde werkelijke slaapduur 7,0 uur was, beoordeelde 94,4% van de studenten hun subjectieve slaapkwaliteit als "vrij slecht" of "zeer slecht." De meest voorkomende slaapverstoring was "wakker worden in het midden van de nacht of in de vroele ochtend" (35,8% rapporteerde dit 3+ keer per week).
- Correlatie- en Regressiebevindingen:
- Er werd geen statistisch significante correlatie gevonden tussen de Totale Nomofobie-score en de Totale PSQI-score.
- Multivariabele logistische regressie bevestigde dat geslacht, rookstatus en dagelijkse telefoongebruikduur onafhankelijke voorspellers waren van slechte slaapkwaliteit, maar de Totale Nomofobie-score had geen onafhankelijk voorspellend effect op de verslechtering van de slaapkwaliteit (p=0,376).
- Echter, een gedetailleerde analyse onthulde dat alle individuele subschalen van nomofobie significant geassocieerd waren met de component "Slaapverstoringen" van de PSQI. Specifiek vertoonde de subschaal "opgeven van gemak" een zwakke maar significante correlatie met de totale PSQI-score.
Betekenis en Claims
De auteurs beweren dat hoewel nomofobie bijna universeel aanwezig is onder medische studenten (99,3%), de impact ervan op de slaap complex en indirect is in plaats van lineair. De studie concludeert dat nomofobie de totale slaapduur niet noodzakelijkerwijs verkort, maar de slaapcontinuïteit en -kwaliteit ernstig verstoort, wat zich manifesteert als nachtelijke ontwakingen en slaapfragmentatie.
Het artikel benadrukt dat de angst om onbereikbaar of niet verbonden te zijn, specifieke slaapverstoringen aanjaagt, met name "wakker worden in het midden van de nacht." De auteurs betogen dat de hoge prevalentie van slechte slaapkwaliteit (68,1%), gecombineerd met de bijna universele aanwezigheid van nomofobie, institutionele interventies noodzakelijk maakt, zoals "digitale detox"-programma's en educatie over slaaphygiëne, in plaats van deze kwesties als geïsoleerde gedragskenmerken te beschouwen. De studie wijst erop dat medische studenten slaaptekort vaak normaliseren als een onvermijdelijke prijs voor hun opleiding, en zel
Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?
Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.