Are Pensions and Disability Benefits concordant with Means and Health? A Tobit Approach to SHARE data from 50-to-89-year-olds covering 12 European Countries from 2015 to 2022
Door gebruik te maken van Tobit-modellen op SHARE-data uit 12 Europese landen (2015–2022), stelt deze studie vast dat hoewel oude-leeftijds- en arbeidsongeschikheidspensioenen een genderkloof vertonen en invers reageren op de gerapporteerde gezondheid, publieke betalingsregelingen over het algemeen een eerlijke, middelentoetsende toewijzing van middelen waarborgen om het levensstandaard van begunstigden te ondersteunen.
Oorspronkelijk artikel gelicentieerd onder CC BY 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/). Dit is een AI-gegenereerde uitleg van het onderstaande artikel. Het is niet geschreven of goedgekeurd door de auteurs. Raadpleeg het oorspronkelijke artikel voor technische nauwkeurigheid. Lees de volledige disclaimer
Elke samenleving staat voor een stille, hardnekkige vraag: hoe verdelen we het geld dat van iedereen is geïnd, zodat het terechtkomt bij degenen die het het hardst nodig hebben? Dit is de kern van het publieke beleid voor ouderen en mensen met een beperking. Overheden innen belastingen en sociale bijdragen om een vangnet op te bouwen, met als doel ervoor te zorgen dat een gepensioneerde of een persoon met een fysieke beperking nog steeds voedsel, huisvesting en medicijnen kan betalen. De uitdaging ligt in rechtvaardigheid. Een rechtvaardig systeem moet niet simpelweg iedereen hetzelfde bedrag uitkeren; in plaats daarvan zou het de ondersteuning moeten aanpassen op basis van wat iemand al heeft en waar diegene mee te maken heeft. Als iemand erg ziek is, heeft diegene misschien meer hulp nodig. Als iemand al welvarend is, heeft diegene misschien minder nodig. Maar komt de werkelijkheid overeen met dit ideaal? Weerspiegelen de pensioencheques en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen daadwerkelijk de gezondheid en het resterende inkomen van een persoon, of volgen ze een andere, wellicht onrechtvaardige logica?
Een onderzoeker genaamd Hans Gevers zette zich in om dit te beantwoorden door naar de feitelijke cijfers achter het beleid van twaalf Europese landen te kijken. Hij maakte gebruik van een enorme, langlopende enquête genaamd SHARE, die het leven volgt van mensen tussen de vijftig en tweeënvijftig jaar in Oostenrijk, Duitsland, Zweden, Spanje, Italië, Frankrijk, Denemarken, Griekenland, Zwitserland, België, Tsjechië en Polen. De studie beslaat de jaren 2015 tot 2022 en legt daarmee zeven jaar aan veranderende levens en beleid vast. Gevers richtte zich op twee hoofdvormen van geld: ouderdomspensioenen, die mensen ontvangen wanneer zij stoppen met werken, en arbeidsongeschiktheidspensioenen, die bedoeld zijn om mensen te ondersteunen die niet kunnen werken vanwege ziekte of letsel. Het doel was om te zien of deze betalingen fungeren als een eerlijke aanvulling op de situatie van een persoon. Met andere woorden: geeft het systeem meer geld aan de armere of ziekeren, en minder aan de welvarendere of gezondere?
Om het antwoord te vinden, onderzocht de onderzoeker gegevens van meer dan 47.000 individuen, wat meer dan 106.000 observaties over een langere periode vertegenwoordigt. Omdat veel mensen in de enquête nul euro aan arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ontvangen, had de analyse een speciale manier nodig om naar de cijfers te kijken die deze "nullen" kon verwerken zonder de resultaten te verstoren. De analyse bekeek tien verschillende factoren voor elke persoon: hun leeftijd, geslacht, opleiding, of ze alleen wonen of met anderen, hun woonsituatie, hun huidige werkstatus en, het belangrijkste, hun zelfgerapporteerde gezondheid en hun totale huishoudinkomen. De studie behandelde de hoeveelheid pensioengeld als het resultaat, en deze persoonlijke details als de oorzaken, om te zien welke factoren de omvang van de betaling werkelijk aanstuurden.
De bevindingen laten zien dat een systeem op brede schaal lijkt te werken zoals bedoeld. De gegevens tonen een duidelijk patroon waarbij publieke betalingen zich aanpassen aan de financiële en fysieke realiteit van een persoon. Voor ouderdomspensioenen is het bedrag vaak lager voor mensen met een slechtere zelfgerapporteerde gezondheid. De studie suggere houdt dat dit waarschijnlijk komt doordat mensen die een slechte gezondheid rapporteren, vaak eerder met werken moesten stoppen of banen hadden die minder betaalden, wat betekent dat zij gedurende hun leven minder pensioenrechten hebben opgebouwd, in plaats van een beleidsmatige aanpassing voor ziekte zelf. Daarentegen keert het patroon voor arbeidsongeschiktheidspensioenen om. Mensen met een slechtere gezondheid ontvangen aanzienlijk hogere arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Het systeem erkent dat degenen die zieker zijn, meer financiële steun nodig hebben om het dagelijks leven te navigeren.
De studie bevestigt ook dat het resterende geld dat een persoon in zijn huishouden heeft, ertoe doet. De publieke pensioensystemen lijken te fungeren als een aanvulling. Wanneer een persoon een hoog totaal huishoudinkomen heeft uit andere bronnen, is de publieke pensioenbetaling lager. Wanneer het inkomen uit andere bronnen laag is, is de publieke betaling hoger. Dit suggereert dat de beleidsmaatregelen zijn ontworpen om het gat te vullen, waardoor een basisstandaard van levensonderhoud wordt gegarandeerd voor degenen die dit niet uit zichzelf kunnen bekostigen. Dezelfde logica geldt voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, waarbij de laagste inkomensgroepen de meeste steun ontvangen, wat bevestigt dat het systeem prioriteit geeft aan degenen met de grootste nood.
Echter, het beeld is niet perfect gelijkmatig. De gegevens wijzen op een hardnekkige kloof op basis van geslacht. Vrouwen ontvangen minder aan zowel ouderdoms- als arbeidsongeschiktheidspensioenen dan mannen. De onderzoeker suggereert dat dit waarschijnlijk voortkomt uit een loonkloof die eerder in hun werkende leven bestond; als vrouwen minder werden betaald terwijl ze werkten, waren hun pensioenbijdragen lager, wat leidde tot kleinere uitbetalingen later. Er is ook een kloof tussen landen. De landen in Noord- en West-Europa bieden over het algemeen genereuzere betalingsregelingen aan dan die in Zuid- en Oost-Europa. Dit verschil is waarschijnlijk gekoppeld aan de variërende kosten van levensonderhoud en de verschillende manieren waarop deze landen zorg en ondersteuning organiseren.
Nog een interessant detail kwam naar voren met betrekking tot de woonomstandigheden. Mensen die alleen wonen, ontvangen vaak hogere ouderdomspensioenen, misschien omdat zij niet profiteren van de gedeelde economische voordelen van een partner. Toch is bij arbeidsongeschiktheidsuitkeringen het alleen wonen geassocieerd met lagere betalingen. Dit zou kunnen erop wijzen dat mensen met een beperking die alleen wonen, grotere moeilijkheden ervaren en mogelijk in instellingen zoals verzorgingstehuizen verblijven, wat niet volledig door deze specifieke dataset wordt gevangen.
Uiteindelijk concludeert de studie dat de toewijzing van publiek geld in deze twaalf Europese landen grotendeels rechtvaardig is. Het systeem past betalingen succesvol aan op basis van gezondheid en financiële middelen, waarbij meer middelen worden gericht op degenen die zieker en armer zijn. Hoewel er ongelijkheden blijven bestaan, met name wat betreft geslacht en nationale grenzen, lijkt de kern van het mechanisme van de pensioen- en arbeidsongeschiktheidssystemen te functioneren als een vangnet dat reageert op de werkelijke behoeften van haar burgers. De gegevens suggereren dat de publieke overdracht van geld niet willekeurig is; het is een berekende inspanning om de balans te herstellen voor degenen die het minst hebben.
Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?
Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.