Do Taxes and Interest Rates Discipline Corporate Profits? A Post-Keynesian Nonparametric Test
Met behulp van een post-keynesiaanse niet-parametrische benadering op Amerikaanse kwartaalgegevens van 2016 tot 2025, stelt deze studie vast dat wijzigingen in belastingtarieven en rentestanden de bedrijfswinsten niet significant disciplineren zodra het inherente marktprijsmechanisme van winstgroei wordt meegerekend.
Oorspronkelijk artikel gelicentieerd onder CC BY 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/4.0/). Dit is een AI-gegenereerde uitleg van het onderstaande artikel. Het is niet geschreven of goedgekeurd door de auteurs. Raadpleeg het oorspronkelijke artikel voor technische nauwkeurigheid. Lees de volledige disclaimer
In de uitgestrekte, zoemende machine van de moderne economie heeft een centrale vraag economen en beleidsmakers al lang beziggehouden: wie houdt er werkelijk de teugels in handen van de bedrijfswinsten? Decennialang was de standaardvisie dat overheden en centrale banken fungeren als de primaire remmen en versnellers. De logica is eenvoudig: als een overheid de belastingen verhoogt, houden bedrijven minder van hun inkomsten over, wat hun winsten van nature zou moeten verlagen. Als een centrale bank de rente verhoogt, wordt lenen duurder en koelt de vraag naar goederen vaak af, wat ook de bedrijfswinsten zou moeten onderdrukken. In dit traditionele beeld is beleid de hoofdschakelaar, en het bedrijfsvermogen het licht dat dimt of oplicht als reactie daarop.
Een andere school, bekend als de Post-Keynesiaanse economie, suggereert echter dat de werkelijkheid veel complexer kan zijn. Dit perspectief stelt dat grote ondernemingen geen passieve slachtoffers van beleid zijn, maar actieve spelers met aanzienlijke macht. Zij bepalen hun eigen prijzen, waarbij ze vaak een vaste marge bovenop hun kosten rekenen, en zij kunnen soms hogere belastingen of hogere leenkosten direct doorberekenen aan de consument. Als dit waar is, dan zijn de instrumenten van overheidsbeleid wellicht niet zo effectief in het beheersen van winsten als we aannemen. De vraag is of deze beleidsinstrumenten het bedrijfsgedrag daadwerkelijk disciplineren, of dat bedrijven manieren hebben gevonden om hun winsten ervan af te schermen.
Een recente studie door Houssam Boughabi, een onderzoeker aan het Institut National de Statistique et d'Economie Appliquée in Rabat, Marokko, zet zich in om dit idee met een frisse aanpak te testen. In plaats van uit te gaan van een vaste relatie tussen beleid en winst, stelde de onderzoeker een simpelere, directere vraag: als we rekening houden met de natuurlijke, door de markt gedreven manier waarop winsten de neiging hebben om te groeien, verklaren veranderingen in belastingen en rentetarieven dan nog steeds wat er met de bedrijfswinsten gebeurt? Om dit te beantwoorden, onderzocht Boughabi kwartaalgegevens uit de Verenigde Staten die de periode van eind 2016 tot het einde van 2025 beslaan. Deze periode beslaat bijna een decennium aan economische verschuivingen, inclusom de nasleep van de pandemie en diverse beleidsaanpassingen, wat een rijke dataset biedt om te observeren hoe winsten zich in de echte wereld gedroegen.
De onderzoeker begon met het isoleren van het "laissez-faire"-component van de winstgroei. Deze term verwijst naar de natuurlijke neiging van winsten om te stijgen of te dalen op basis van marktprijzen en de vraag, zonder enige overheidsinterventie. Met behulp van een statistische methode die de data niet in een vooraf bepaalde vorm dwingt, bracht de studie eerst in kaart hoe de bedrijfswinsten bewogen als reactie op veranderingen in de S&P 500-aandelenindex, die dient als een brede maatstaf voor marktprijzen. Deze stap was cruciaal; het stelde de onderzoeker in staat om te berekenen wat de winsten zouden hebben moeten zijn op basis louter van marktmechanismen. Zodra dit nulpunt was vastgesteld, keek de onderzoeker naar het verschil tussen wat er feitelijk gebeurde en wat de marktmechanismen voorspelden. Deze resterende kloof, of "beleid-winstkloof", werd vervolgens getest tegen veranderingen in belastingtarieven en rentetarieven om te zien of deze beleidsinstrumenten het verschil konden verklaren.
De resultaten van deze analyse waren opvallend eenvoudig. Toen de onderzoeker testte of veranderingen in belastingtarieven of rentetarieven de kloof tussen voorspelde en werkelijke winsten konden verklaren, ondersteunde het bewijs niet het idee dat deze beleidsmaatregelen de drijvende kracht waren. De statistische tests toonden aan dat de invloed van belastingwijzigingen en renteveranderingen zo klein en onzeker was, dat deze niet van willekeurige ruis kon worden onderscheiden. Met andere woorden: zodra de natuurlijke beweging van de markt werd meegerekend, leken de specifieke beleidsmaatregelen van de overheid en de centrale bank de bedrijfswinsten tijdens deze periode niet significant te hebben gedisciplineerd of gecontroleerd. De studie vond dat de coëfficiënt voor belastingwijzigingen positief maar statistisch insignificant was, en de coëfficiënt voor renteveranderingen negatief maar eveneens statistisch insignificant. Dit betekent dat hoewel de richting van de cijfers overeenkwam met sommige economische theorieën — belastingen neigden de winst licht te verlagen en hogere rentes neigden de winst licht te drukken — het effect te zwak was om als een betrouwbare regel te worden beschouwd.
Om te garanderen dat deze bevindingen geen toevalstreffer waren, onderwierp de onderzoeker de data aan verschillende rigoureuze controles. De studie vergeleken verschillende wiskundige modellen om te zien of het toevoegen van belasting- of rentevariabelen de voorspellende kracht voor winsten daadwerkelijk verbeterde. De resultaten toonden aan dat het eenvoudigste model, dat enkel vertrouwde op de constante baseline, net zo goed was als de complexe modellen die beleidsvariabelen bevatten. Bovendien testte de studie of de resultaten veranderden als de data door verschillende lenzen werd bekeken, zoals het gebruik van logaritmische transformaties om extreme waarden te behandelen of het opsplitsen van de tijdlijn in twee helften om te zien of de regels in de loop van de tijd veranderden. In elk geval bleef de conclusie hetzelfde: er was geen sterk bewijs dat belasting- of renteveranderingen de primaire drijfveren waren van de onverklaarde winstbewegingen.
Dit betekent niet dat belastingen en rentetarieven totaal geen effect hebben op de economie, noch bewijst het dat bedrijven immuun zijn voor beleid. De studie merkt voorzichtig op dat de data een specifieke, relatief korte periode beslaat en dat de gebruikte methoden hun eigen beperkingen hebben. De onderzoeker erkent dat de steekproef klein was, bestaande uit slechts 3८ kwartaalobservaties, wat het moeilijker maakt om subtiele effecten te detecteren. Daarnaast gebruikte de studie brede nationale gemiddelden voor belastingen en rentetarieven, wat de specifieke ervaringen van individuele bedrijven of verschillende sectoren mogelijk niet volledig vangt. Echter, binnen de reikwijdte van deze specifieke analyse wijst het bewijs op een conclusie die de conventionele wijsheid uitdaagt. Het suggereert dat in de moderne Amerikaanse economie de bedrijfswinsten grotendeels worden beheerst door de interne dynamiek van marktprijzen en de macht van bedrijven om hun marges te bepalen, in plaats van door de externe discipline van fiscaal en monetair beleid.
De implicaties van deze bevinding zijn aanzienlijk voor ons begrip van de machtsbalans in de economie. Als de traditionele instrumenten van overheidsbeleid de bedrijfswinsten niet effectief disciplineren, impliceert dit dat het vermogen van grote bedrijven om hun inkomsten te behouden robuuster is dan voorheen werd aangenomen. Dit sluit aan bij het Post-Keynesiaanse standpunt dat winsten niet slechts een beloning zijn voor efficiëntie of een resultaat van concurrerende markten, maar diep geworteld zijn in de institutionele macht van bedrijven om prijzen te bepalen en hun financiële structuren te beheren. De studie suggereert dat zolang bedrijven kosten kunnen doorberekenen aan consumenten of hun strategieën kunnen aanpassen om hun marges te beschermen, de standaardinstrumenten van belasting- en renteaanpassingen mogelijk niet voldoende zijn om het traject van het bedrijfsvermogen aanzienlijk te veranderen.
Uiteindelijk biedt dit onderzoek een stille maar krachtige correctie op een algemeen aanvaarde aanname. Het beweert niet dat beleid irrelevant is, maar wel dat de macht van beleid om winsten te controleren veel zwakker is dan de standaard economische modellen suggereren, ten minste wanneer het natuurlijke ritme van de markt in rekening wordt genomen. De data vertellen een verhaal waarin het eigen momentum van de markt de dominante kracht is, en de hand van het beleid, hoewel aanwezig, niet degene is die het schip stuurt. Voor iedereen die geïnteresseerd is in de toekomst van het economisch beleid, suggereert dit dat het simpelweg aanpassen van belastingtarieven of rentetarieven misschien niet de meest effectieve strategie is als het doel is om de bedrijfswinsten te beïnvloeden. In plaats daarvan wordt het essentieel om de diepere structurele krachten van marktmacht en prijszetting te begrijpen. De studie biedt ons een helderder, zij het complexer, beeld van een economie waarin de regels van het spel minder worden bepaald door de overheid en meer door de bedrijven zelf.
Verdrinkt u in papers in uw vakgebied?
Ontvang dagelijkse digests van de nieuwste papers die bij uw onderzoekswoorden passen — met technische samenvattingen, in uw taal.